13-06-12

Psiloritis Race (35km) - 27 mei 2012 - Kreta (Nida - Kouroutes)

Psiloritis Race

 

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningVolgens de Griekse mythologie is Zeus de oppergod van het grote garnizoen goden en halfgoden en volgens de Kretenzers is Zeus geboren in de Ideon Andron, een grot aan de voet van de hoogste berg van het Idagebergte in Kreta. En in de buurt van die grot ligt het Nidaplateau, waar sinds 2010 jaarlijks de Psiloritis Race wordt gehouden, een trail/bergloop die zijn naam ontleent aan die hoogste berg. De top van de berg  (Timios Stavros) ligt op 2456 meter en dit is 4 meter hoger dan de top van zijn evenknie, de Pachnes die in het Levka Ori gesitueerd is.

Het Nida hoogplateau ligt op ca. 1500 meter boven de zeespiegel op de Noordoostelijke flank van het gebergte. Van daaruit gaat de Race over de top naar het dorpje Kouroutes op de Zuidwestelijke flank.

Op de top staat een uit rotsblokken opgetrokken kapel waarnaar elk jaar op 13 september een bedevaart wordt ingericht. De tocht wordt gedaan in gezelschap van een priester en de nacht wordt doorgebracht naast de kapel waar op 14 september een eredienst wordt gehouden.

 

De Psiloritis Race werd dit jaar voor de derde maal ingericht en er was een infoavond in het House of Culture in Rethymnon, de derde grootste stad van Kreta. De borstnummers konden bij die gelegenheid worden afgehaald, de deelnemers kregen een authentiek Psiloritis shirt en nadien was er een gratis pastaparty. De avond werd omstreeks 22u afgesloten met een Griekse dansgroep. Of daar ook raki en een servies aan te pas kwamen werd echter niet vermeld.

 

 

Het transport van Rethymnon naar Nida werd georganiseerd met twee autobussen die startten om 5u aan het plaatselijke stadhuis. Er waren dit jaar 59 deelnemers.

 

De Race die vorig jaar 30.5km lang was, kreeg er deze maal een addendum bij zodat de afstand 35km bedroeg. Er werd een rondje om het Nidaplateau gelopen vooraleer de grot van Zeus werd aangedaan. De start werd gegeven om 7u45 op de parking aan het plateau.

 

Er waren ook nog 2 andere afstanden. Om 9u startte de wegrace over een afstand van 8.5km vanuit het dorpje Platania en om 9u15 startte de race voor de jongeren over 2km vanuit Kalotas. Alle aankomsten waren in  Kouroutes.

 

Om 13u was de prijsuitreiking van de trail voorzien en om 14u werd er een maaltijd geserveerd voor de atleten. De bussen terug naar Rethymnon zouden vertrekken om 16u.

 

Alle info hierover is te vinden op de website:

 

http://www.psiloritisrace.com/en/index.php

 

 

 

 

Mijn Race

 

Enkele jaren geleden was ik op internet op zoek naar een loopwedstrijd op het eiland Kreta waar wij bijna elk jaar een vakantie doorbrengen. Ik had toen een halve marathon gevonden van Arkadi naar Rethymnon, maar die werd gelopen in de maand maart en vermits ik dat jaar in maart liever de marathon van Pafos in Cyprus liep kwam het er niet van.

Vorig jaar was ik opnieuw op zoek naar die halve marathon of een andere marathon in Kreta maar kon ik er niets meer van vinden op het internet. En toen stootte ik op de Psiloritis Race, een trail/bergloop over het hoogste punt van Kreta. Trails zijn niet zo mijn favoriete biotoop als asfaltloper, maar toch besloot ik het erop te wagen en nadat ik in januari dit jaar mijn reis naar Kreta had vastgelegd, besloot ik in te schrijven voor de Race.

Na bericht van de organisatie zorgde ik voor het gevraagde doktersattest.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningOp vrijdag 25 mei vertrok onze vlucht vanuit Maastricht naar Iraklion. Op zaterdag was er een infoavond en op zondag werd de Race gelopen.

De infoavond, waarbij de borstnummers werden uitgereikt, werd gevolgd door een pastaparty en Griekse dansen.psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta running

Behalve de briefing, waarvan ik bitter weinig heb verstaan omdat die enkel in het Grieks werd gehouden, heb ik de andere festiviteiten aan me laten voorbij gaan zodat ik tijdig in onze hotelkamer in Platanes was en vroeg naar bed kon, met een half oog kijkend naar het Eurosong Contest op de TV.

 

Om 4u werd ik gewekt door mijn GSM-alarm en na een verkwikkende douche en het gebruikelijke gerommel met allerlei benodigdheden, waarbij ik mijn gels vergat, en na een fiks ontbijt van rijsttaart met bananen, bracht mijn vrouw me met de huurwagen naar het stadhuis van Rethymnon, waar reeds de twee autobussen en tal van lopers hadden postgevat.

 

Op de bus, die stipt om 5u vertrok, kreeg ik het gezelschap van een oude Griek die de dag voordien, na de briefing, gelauwerd was voor zijn carrière als loper en als coach. Hij had 205 marathons en verschillende Spartathlons op zijn actief. Hij was dit keer meegereisd als coach met twee lopers uit Athene. Onze gesprekken, in het Engels, gingen over trainingsvormen in het algemeen, over bekenden uit de wereld der ultralopers en over het autoloze eiland Hydra waar hij een huis had geërfd.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningOmstreeks 7u bereikten we de parking bij Nida. Hier stopt ook de verharde weg en verheft zich de hogere rotsmassa van het Idagebergte. Er is slechts één betonnen gebouw dat als taverne (zie foto onder) fungeert. 

 

 

Ik stapte van de bus toen een Nederlandssprekende man me aansprak en zei dat ik waarschijnlijk de Belg was die meeliep in de Race. Dat was natuurlijk ook zichtbaar doordat onze namen op onze borstnummers vermeld waren. Hij stelde zich voor als Ysbrand Visser van Runner’s World en vroeg me of ik bereid was om enkele vragen te beantwoorden voor zijn magazine. Dat was geen probleem voor me en ik vond het best aangenaam deze sympathieke man te leren kennen en gaf uitgebreid antwoord op zijn vragen.

Ook vroeg hij welk schoeisel ik zou dragen, waarop ik hem vertelde dat ik mijn trailschoenen thuis had gelaten. Ik dacht meer grip te hebben met mijn dagelijkse Asics Cumulus trainingsschoenen dan met het geprononceerde reliëf van mijn The North Face Hedgehogs op de rotsbodem.

“Ook op de sneeuw?” vroeg Ysbrand. Daarbij kwam ik wel degelijk uit de lucht gevallen. Het zal op de infoavond wel verteld zijn, maar mijn kennis van de Griekse taal beperkt zich tot het verstaanbaar maken van mezelf in korte zinnen en deze info was me totaal ontgaan. Ik stond perplex en dat moet ook zichtbaar en zeker hoorbaar geweest zijn want het enige wat ik er kon uitbrengen was de vraag: “Sneeuw? Ligt er sneeuw?” “Jazeker,” zei Ysbrand, “er ligt een heel pak, zelfs tot voor de grot.”

Ik kwam niet meer uit de lucht gevallen maar loodrecht uit het universum. Tot driemaal toe flitste het door mijn brein. Sneeuw … sneeuw … sneeuw … En ik had niet eens een paar ski’s meegebracht! Toch trok ik even na mijn figuurlijke val een redelijk onverschillig gelaat en repliceerde ik: “Ach, ik zie wel …”

Ysbrand zal zijn bedenkingen wel hebben gehad over deze onwetende Belg, die schier onvoorbereid dit avontuur wilde aangaan.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningNa het interview begaf ik me naar de taverne voor een plasje en ontmoette ik de Ier Chris Callaghan, die net van het enige daar aanwezige toilet afkwam met de flegmatieke zin: “It isn’t great …” En dat was het inderdaad niet. De pot stond bijna tot aan de rand toe vol pis en er dreef nog een eenzame sigaar in rond. Maar goed, ik vond dat mijn bescheiden plasje daar ook nog wel gezellig bij kon.

 

Nadat ik mijn loopschoenen had aangetrokken merkte ik dat ik mijn gels had vergeten. De rest van mijn loopkleding had ik reeds aan.

Ik had gekozen voor een korte running tight met achterzakje om mijn vergeten gels in op te bergen en een dun technisch loopshirt met korte mouwen om zo weinig mogelijk gewicht bij te hebben. Na mijn opwarming zou ik toch geen kou meer hebben en wat de sneeuw met zich zou meebrengen wist ik nog niet maar dat bleek achteraf gezien geen probleem. Ik had wel lange sportkousen aan omdat ik wist dat de overwegende begroeiing, boven de 2000m, het in Kreta veel voorkomend muizenkruid was. Ik was reeds met de jeep op grote hoogte geweest, aan de andere kant van het gebergte en die sokken dienden om mijn enkels toch een beetje te beschermen.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningDat lichtgroene muizenkruid is een klein taai struikje dat amper 20cm hoog maar heel stekelig is. Het werd in vroegere tijden, toen er nog geen koelkasten waren, gebruikt om voeding af te dekken tegen ongedierte zoals muizen. Vandaar de naam.  

 

Verder had ik nog de plastiek zak van de organisatie waarop mijn borstnummer was herhaald en waarin ik wasgerief en kleding voor na de aankomst in kon opbergen. Nadat ik deze in de bus had gedeponeerd liep ik een kilometertje op het asfalt als opwarming.

 

Om 7u45 werd de start gegeven nadat alle 59 deelnemers met naam en borstnummer werden afgeroepen.

 

Ik vertrok niet te snel, ongeveer zoals ik in een marathon start. 

Ik telde 9 lopers voor me waaronder 1 dame. Na een goeie km stak ik haar en 2 andere lopers voorbij en kwam ik in 7de positie. Voor me zag ik nog een loper in wit en één in een blauw shirt. De eerste vier waren al vlug buiten bereik.

 

Na goed anderhalve km verlieten we het onverharde pad en liep het parcours over de grasvlakte waar verschillende schapenkuddes graasden. Dit was een soort steppegras dat nog nat was van de ochtenddauw en waarin wielsporen van een wagen zichtbaar waren, gelijklopend met het rood-witte signalisatielint dat werd gebruikt om het parcours te markeren.

 

Na 2km liep ik de blauwe voorbij en even later de witte. Doordat ik de vier lopers voor me niet constant kon ontwaren, volgde ik de wielsporen maar. Ik had namelijk wat moeite om steeds het roodwitte lint, dat aan het struikgewas of aan een boom was vastgemaakt, te ontdekken. Ik had wel mijn contactlenzen in, maar toch heb ik het steeds moeilijk als er niemand onmiddellijk voor me uit loopt. De zon stond ook redelijk laag maar daarvoor had ik mijn zonnebril op. Toch bleek het een probleem en miste ik soms zodat de witte steeds terug voor me kwam. Mijn tempo lag net iets hoger zodat ik hem altijd weer terug achterliet.

Op een bepaald moment volgde ik de wielsporen en stevende ik af op een kudde schapen. Plots drong het tot me door dat twee herders op me riepen. Toen merkte ik dat ik al tientallen meters uit de richting zat. Toen wist ik dat de wielsporen geen correcte aanduiding waren en besloot ik achter de witte te blijven.

Dit lukte goed, tot we een droge rivierbedding bereikten die vanuit de bergen, onder de weg door op het plateau uit kwam. De bedding was bezaaid met rotsblokken, stenen en andere ongelijke toestanden. Dit lag me totaal niet en ik moest lossen.
Terwijl ik Zeus en alle andere goden aanriep, stak een jongen in rood shirt me voorbij. Ook hem moest ik onmiddellijk laten gaan. Hij had al enkele tientallen meters voorsprong toen er weer eentje met een rood shirt achter me liep. Het rode leger zat zowaar achter me aan. Maar toch waren het geen Russen want ze riepen op elkaar in het Grieks.

 

Na 5km liep de bedding wat steiler bergopwaarts en zagen we de asfaltweg voor ons. Er was daar een betonnen constructie met een buis erin waardoor in de winter het water uit de bergen onder de weg doorliep. Via de rotsen en die constructie moesten we het asfalt op en waar rood 2, die me inmiddels ook had achtergelaten, vlot op klom terwijl ik de hindernis op handen en voeten diende te nemen. Die jongens hadden oneindig veel meer trailtechniek dan deze plattelander. Misschien speelde ook het leeftijdsverschil een rol. In vergelijking met hen had ik de souplesse van een tuinhark en de kracht van een mug die de krant wil tegenhouden waarmee hij zal worden doodgemept.

 

Ik verloor kostbare tijd, maar eenmaal op het asfalt zette ik de achtervolging in en vond ik terug aansluiting met de roden aan het punt waar we de weg moesten verlaten. Het rondje van 6km zat erop.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningDe witte was reeds uit zicht toen een seingever, in gezelschap van vier mannen in camouflageoutfit, ons over een houten trapje de bergwand opstuurde en via een geitenpad moesten we naar de grot van Zeus, de Ideon Andron. Ik sjokte achter het rode leger aan. Na enkele honderden meters bereikten we de onverharde weg die naar het gebouwtje bij de grot liep. Daar kwamen we de witte tegen die ons passeerde, terug bergafwaarts.

 

Even later bereikte ik het gebouwtje aan de grot. Daar moesten we even poseren (of was het pauzeren?) voor een foto en mochten we terug bergaf over de onverharde weg. Ik als laatste achter de twee roden. Deze weg leidde via een haarspeldbocht terug naar de parking, maar net in de bocht had een seingever postgevat.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningHij stuurde ons weer een geitenpad bergopwaarts in met de woorden “Chioni mechri octakosia metres” (sneeuw na 800 meter) Hij zei het zelfs nog eens in het Engels toen ik passeerde. Zag ik er dan zo Brits uit? Ik had nochtans geen paraplu en bolhoed bij me. Toch volgde ik de rode dubbeldekker voor me.
Rood 2 leek het iets moeilijker te hebben en moest een gaatje laten. Hij keek om een vroeg: “Thelies brosta?” (Wil je voor?), waarop ik hem bedankte en wat versnelde. Hier lagen minder rotsen en de hard aangestampte aarde van het smalle pad tussen de struiken maakte dat ik sneller vorderde. (Foto's genomen enkele dagen na de Race)

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningRood 1 was al flink voorop en wit en de vier snellen waren uit het zicht toen we aan de eerste sneeuwhindernis kwamen. We moesten de eerste gletsjer, die ongeveer 40 meter breed was, dwars oversteken. En dit moest gebeuren met behulp van een dwars gespannen touw. Het soort touw dat een beetje rekbaar was en wat meegaf als je er aan trok. Aan de linkerzijde van het touw, de richting waar de gletsjer in de diepte verdween, liep het spoor van onze voorgangers. (Touw was weggenomen na de Race) Ik herinner me niet meer of ik naar beneden heb gekeken en hoe diep het was, maar rood 1 was net aan de overkant toen ik me op de ijzige bovenlaag van de gletsjer waagde, het touw stevig in de handen.
En toen ik halfweg was voelde ik aan het trekken van het touw dat ook rood twee achter me, aan het koord hing te bengelen.
Dit was de eerste keer dat ik iets dergelijks uitvoerde en het was niet echt mijn kopje thee. Geef mij dan maar liever koffie, van die Griekse, tweemaal opgekookte, en waar het extra fijn gemalen koffiedik vanonder in het kleine kopje ligt. En daar mag ik dan liefst een raki bij vinden. Maar dat balanceren op die met een ijslaag bedekte sneeuw had ik liever aan de echten overgelaten. Dit had niets meer met lopen te maken. Maar kom, ik had er voor gekozen en ik moest er door.

 

Aan de andere zijde mochten we dan weer het geitenpad op, dat omhoog liep. Na wat geklungel en gestruikel bereikte ik de volgende gletsjer die we in de lengte op moesten. Rood 1 zat een flink stuk voor me en rood 2 vlak achter me. Ik liet rood 2 passeren en volgde hem in zijn voetstappen. En hij volgde dan weer het spoor van de voetstappen van de lopers voor ons terwijl hij communiceerde met zijn rode maatje boven ons. Ik communiceerde met Zeus.

 

De diepere voetstappen in de sneeuw bleken een steun om niet weg te schuiven. We vorderden al stappend want de helling was net iets te steil om te lopen. En alzo stappend ontwikkelde ik de techniek om de punt van de voet in de sneeuw te schoppen zodat ik een klein platformpje creëerde voor de rest van mijn voet. Zo stapten we in ganzenpas naar de top van de gletsjer. Net toen we de sneeuw verlieten en rood 2 het daarop volgende geitenpad wilde betreden schoof hij weg en kon ik hem nog net een zetje geven zodat hij niet viel, waarvoor hij me in het Engels bedankte.
Het bezorgt je een leuk gevoel om je tegenstander te kunnen helpen in een wedstrijd; het geeft je een klein psychologisch boostje.

 

De volgende gletsjer was iets vlakker en ik merkte dat ik daarop kon lopen als ik voor de nog ongerepte ijslaag koos. En dat weer met een speciale techniek. Het was zaak om zo kort mogelijk op de steunvoet te blijven, met kleine pasjes dus, en redelijk voorover gebogen om een goed evenwicht te behouden. Natuurlijk schoof ik hier en daar wat weg, maar dat was schier verwaarloosbaar. Ik vorderde toch weer sneller dan de rode broeders. Ik maak steeds wel tijd goed op andere lopers als de hellingsgraad laag blijft, maar het lukte dus nu ook op de sneeuw.

 

Eén van de volgende gletsjers was redelijk steil en die moesten we in de lengte op met behulp van een koord. Op afgemeten afstand waren er knopen in gemaakt met lussen waaraan we ons konden optrekken. Boven aan die gletsjer zaten twee oudere Grieken die leken op schaapherders. Beiden riepen “bravo” en toen ik boven kwam kreeg ik een beker water aangeboden. Ik bedankte hen in het Grieks, maar in water had ik geen trek. Ik wilde ook geen tijd verspelen, ik wilde naar rood 1.

 

Na nog wat steen- en rotsgehobbel zag ik, na een bocht om een rotsmassa, een aaneenschakeling van enkele gletsjers die naar een top liepen. Voor zover bekend heeft de Psiloritis 5 toppen waarvan Timios Stavros de hoogste is. Die was nog niet zichtbaar.

Op de gletsjer voor me zag ik rood 1 en hoger tegen de flank, op de voorlaatste en laatste gletsjer zag ik vier van de vijf eersten, op onregelmatige afstand van elkaar. Dit was de eerste maal dat ik zo’n mooi vergezicht had.

 

Op de volgende gletsjer vorderde ik weer sneller dan rood 1 zodat ik op hem inliep. Ik bezigde nog steeds dezelfde voorovergebogen techniek maar dit veroorzaakte toch wel een licht pijngevoel in de lage rug.

 

Toen ik de top bereikte kwam een volgende top in zicht, die bereikbaar was via een afdalende rotsbodem die verschrikkelijk ongelijk was, een echte potenbreker zeg maar. Hier lag geen sneeuw meer. Alleen maar vaste en losliggende rotsblokken en rotsblokjes. Het was voor mij zelden zichtbaar welke los lagen en welke niet. Ik moest rood 1 laten gaan en ook rood 2 stak me weer voorbij. Deze laatste ontwikkelde een snelheid die niet het dubbele maar het drievoudige van de mijne leek. Die jongens daalden als gemzen en ik als een bejaarde landschildpad die net op een cactus heeft getrapt.

De afdaling ging naadloos over in de klim naar de top en toen kwam er weer zo’n pad naar de voorlaatste top, waarschijnlijk de Agathias. Deze top is 32 meter lager dan zijn grote broer, de Timios Stavros.

 

Eenmaal over de Agathias zag ik de Timios Stavros waarop de kapel was gebouwd. Gebouwd uit rotsblokken in de vorm van een ronde doos zoals de meeste herdershutten in deze streek maar met een kruis erop.

Het pad er naar toe, over de kam, had de vorm van een brede hangmat die ongeveer 300 meter lang was en net iets makkelijker beloopbaar was.
Er blies een felle strakke zuidenwind over dit pad en mijn borstnummer, dat aan de achterzijde geplastificeerd was, scheurde af aan de linkerbovenhoek. Al lopend lukte het me toch om het terug vast te spelden.
En toen nam ik heel vluchtig de tijd om links en rechts naar beneden te kijken. De zee aan de linkerzijde (Z-O flank) was duidelijk zichtbaar en ook zag ik de beide kleine onbewoonde eilandjes van Paximadia voor de zuidkust in de golf van Mesara (Lybische Zee) liggen. De noordkust aan mijn rechterzijde kon ik echter niet ontwaren. De grens tussen lucht en water was niet duidelijk zichtbaar en ik had helaas niet de tijd om dit nauwkeurig te bestuderen.

 

Ik bereikte de kapel in 8ste positie. Toen ik aankwam begon rood 2 al aan de afdaling, deels over hetzelfde pad waarop ik liep, maar halfweg moest hij een bocht nemen naar beneden toe. De andere flank van de berg af.

 

Een groepje mensen hielden post aan de kapel en boden me gels, gekonfijt fruit, chocolade en water aan. Ik nam een kleine minuut rust en maakte dankbaar maar gulzig gebruik van de versnaperingen, propte twee stukken van het zoete droge fruit tegelijk in mijn open schuurdeur. Ik bedankte hen ook want die mensen waren speciaal voor ons naar de top gekomen.

 

En terwijl ik terug over de hangmat liep, passeerde ik een nieuwe witte die op weg was naar de kapel. Ik groette en hij groette terug.

Door de felle wind scheurde mijn borstnummer weer af, ditmaal bij de rechterbenedenhoek. En opnieuw kon ik het terug vastspelden tijdens het lopen doordat de hangmat een best beloopbaar traject was.

Halfweg de hangmat stond een seingever die me de weg naar beneden wees en me voorzichtigheid aanmaande. Ik verstond het woord “prosochi” wat “aandacht” betekent. Een woord dat veel voorkomt op verkeersborden in Kreta.

 

De afdaling bleek aartsmoeilijk. Het pad was andermaal bezaaid met grote en kleine, vaste en losliggende rotsblokken. Elke stap, elke beweging van me was ronduit stuntelig en elke voetlanding kon een enkelbreuk of erger tot gevolg hebben. De witte, die achter me de kapel had bereikt, voor het gemak zal ik hem wit 2 noemen, stak me al ras voorbij. Hij bestuurde een Formule 1 bolide terwijl ik me op een omafiets voortbewoog.

 

Toen kwam de eerste en ook voorlaatste van slechts twee gletsjers die op de afdaling dienden te worden genomen. Ik liep nu in 9de positie en trachtte de achterstand op wit 2 niet te fel te laten oplopen. Op de gletsjer lukte dit redelijk, maar op de volgende korte rotsstrook lukte dit heel wat minder.

Ook de laatste gletsjer moesten we in de lengte afdalen en weer probeerde ik de achterstand op wit 2 niet te laten oplopen. Hoewel de term “oplopen” niet echt passend is tijdens een afdaling.

Halfweg de gletsjer ging ik onderuit en kwakte ik met de billen op de sneeuw. Stoppen en rechtstaan waren geen opties. Integendeel, ik schoof sneller en sneller neerwaarts. Downhill racing zonder ski’s. Ik maakte zelfs achterstand goed op wit 2. Mijn bips en mijn handen, waarmee ik tevergeefs wat trachtte af te remmen, voelden ijskoud aan, bevroren. Ik vroeg me af hoe en waar dit zou stoppen. Met een rotvaart stevende ik af op het einde van de gletsjer. Zou ik een doodsmak maken tegen een rots? Zou ik een drietal benen en wat armen breken? Zou ik met mijn voorgevel in het stekelige muizenkruid belanden zodat ik een hoofd als een rijpe cactusvrucht te zien zou krijgen bij mijn eerstvolgende confrontatie met spiegeltje spiegeltje aan de wand?
Nee, niets van dat alles. De bovenlaag van het einde van de gletsjer was door het repetitieve dooi- en vriesproces vrij ruw geworden en dit remde automatisch mijn snelheid af. Ik stopte langzaam en stapte met een gerust gevoel over de scheiding van sneeuw en rotsbodem met muizenkruid.

Oef, dat was goed afgelopen. Ik was zelfs een stukje ingelopen op mijn witte voorganger. Hoewel “aflopen en inlopen” niet echt de geschikte termen zijn voor iemand die kontsgewijs een gletsjer afroetsjt.

 

Over de rotsbodem met alle mogelijke miserie zag ik wit 2 weer van me weglopen. Het woord lopen is trouwens ook geen correcte weergave voor mijn toenmalige activiteit. Ik vorderde en daarmee is alles gezegd en verteld. Ik vorderde als bonen knopen. Ik heb nog nooit een geknoopte boon gezien maar ik ben ervan overtuigd dat deze geen prijs in een snelheidswedstrijd zou winnen.

 

Nu kwamen we aan het moeilijkste traject van de hele race. We hadden het tussengebergte bereikt. Hier werd het struikgewas weer wat hoger en het niveauverschil van de rotsen die we af moesten, was van evenredige gradatie. Ik moest me soms bijna driekwart meter van een rots laten afzakken, in de hoop vaste ondergrond onder de landingsvoet te krijgen. Met trillende handen hield ik me vast aan uitsteeksels uit de rotswanden.

Plots zag ik de witte voor me op een rotsblok zitten, friemelend aan zijn veters. Waarschijnlijk had hij een steentje in de schoen gekregen, maar toch vroeg ik in het voorbij gaan of alles OK was met hem. Ik kreeg onmiddellijk positief antwoord en ik vervolgde mijn weg.


Even raakte ik uit concentratie, voelde ik me wegschuiven op de losse keien en moest ik versnellen om mijn evenwicht te kunnen behouden, waarop ik vrij onzacht met mijn smoelwerk tegen een klodder muizenkruid aanknalde die tegen de rotswand kleefde. Daar had je de rijpe cactusvijg. Gelukkig bleven er geen stekels achter. Daar was ik weer goed vanaf gekomen. Oef oef.

 

Ongeveer tweehonderd meter beneden me zag ik een groepje mensen dat iets in het Grieks naar me riep, maar dat was onverstaanbaar.

Ik zweette doodsangsten uit terwijl ik van de ene rots op de andere trachtte te geraken. Ik klampte me vast aan de rotswand en ik zag waarschijnlijk zo wit als het shirt van de man die me andermaal voorbijstak.

Dit was niet mijn biotoop. Dit had ook niets meer te maken met hardlopen. Dit was een zuivere survival en terwijl ik het einde van mijn nietig leven voelde naderen was ik me ervan bewust dat het groepje mensen me nauwlettend gadesloeg. Ze dachten natuurlijk: “Wat komt die vreemde snoeshaan hier doen? Die man kan dit gewoonweg niet. Zou hij wel geweten hebben waaraan hij begon toen hij inschreef voor deze Race? Nee. Dit wist ik inderdaad niet. En als ik het had geweten had ik hier niet tussen hemel en aarde gehangen. Dan had ik wel op een terrasje in Agia Galini gezeten, genietend van het zonnetje en een groot glas koele ouzo met citroenlimonade en drie ijsblokjes. En als ik hier wel was geweest, dan zeker niet als wedstrijdloper maar wel als toeristverslaggever, gewapend met dictafoon en fototoestel.

 

Toen ik eindelijk het groepje Grieken bereikte, verborg ik mijn angst en schonk ik hen de breedst mogelijke glimlach, zo eentje van oor tot oor, terwijl ik dankbaar de gel en de beker water aanvaardde en even op een rotsblok ging zitten. Ik nam de tijd ervoor. Ik was inmiddels teruggezakt naar de 9de positie en ik had geen ambitie meer voor een goed resultaat. Ik moest trouwens even bekomen van de schrik. Toen ze me vroegen vanwaar ik afkomstig was antwoordde ik: “Apo to Belgio” en weer schonk ik hen een glimlach die verdacht veel op overacting leek.

Het ergste van de race leek nu voorbij. Ik groette, bedankte hen, en vervolgde opgelucht mijn weg.

 

Op het volgende traject kon ik toch weer een beetje lopen. Het bestond uit geitenpaden tussen struikgewas, harde ondergrond bezaaid met stenen en rotsblokken. Er waren ook  verschillende markeringssymbolen. De bekende waren de dubbele rode stippen op grotere rotsblokken en het roodwitte signalisatielint aan de grotere struiken. Maar ik had ook al grote plastiek rode cirkels gezien en ook gele geschilderde pijlen. Het struikgewas was hoger en wit 2 was inmiddels volledig uit zicht. Ik had moeite om de herkenningspunten te ontdekken en plots drong het tot me door dat de groep Grieken zich schor stond te schreeuwen. Ik zat tientallen meters uit de correcte richting. Toch ving ik iets op dat geleek op dexia. Het ging hier natuurlijk niet over de bekende Belgische bank in faling, maar men bedoelde dat ik naar rechts moest uitwijken. En ja, daar zag ik inderdaad weer de dubbele rode stippen. Ik brulde een dankwoord en in het Grieks en klungelde verder.

 

Het was en bleef op eieren lopen op die losliggende stenen en kantelende rotsblokken en terwijl ik zo voort hobbelde flitste er weer een witte voorbij aan het drievoudige van mijn snelheid. Enfin, snelheid is niet de geschikte term, zeg maar traagheid. Dat is een betere definitie van mijn slakkengang. Ik zag wit 3 op elegante en soepele wijze de bochtjes van het geitenpad nemen terwijl het leek of hij een volstrekt egale bodem bewandelde. Deze techniek kon ik me niet aanmeten en de moed zonk me in de schoenen als ik hem steeds verder van me zag weglopen zonder dat ik hier maar iets tegen kon uitrichten. Heel even kreeg ik het gevoel van de kleine jongen, door de hand Gods geslagen, die het opgeeft en op de grond gaat zitten wenen, roepend op zijn moeder. Zeus, dacht ik, waarom doe je me dit aan?

Ik ben echter oud genoeg en bezat nog net dat sprankeltje wijsheid dat me vertelde dat ik mijn lot gelaten moest dragen. Ik sjokte voort en stelde me het grote glas ouzo voor, volledig gestoffeerd met citroenlimonade en drie ijsblokjes. Als een stralende fata morgana in een droge troosteloze woestijn.

 

Plots voelde ik iets in mijn dikke teen steken. Had ik dan toch op een cactus getrapt? Bij elke stap kreeg ik een nieuwe prik. Ik had al veel prikken van de doornen van het muizenkruid door de textiellaag van mijn loopschoenen gevoeld maar geen enkele was afgebroken tot hiertoe. Bij de vijfde, het kon ook de zesde stap geweest zijn, zette ik me neer, trok mijn schoen uit en zag onmiddellijk het irritant penetrerende stuk flora in mijn sok zitten.

 

Wit 3 was al lang uit zicht toen ik zowaar een huis op mijn pad ontwaarde. Net op dat moment kwam de man met het blauwe shirt, die ik op het Nidaplateau had achtergelaten, me voorbij. Ik vroeg me af hoeveel lopers ik nog zou moeten laten voorbijgaan. Ik was nu de teleurgestelde bezetter van de 11de stek. Toch kwam ik net achter de blauwe aan de achterzijde van het gebouwtje aan en aan de voorkant bleek de bevoorradingspost te zijn.
Daarom wordt dit ook een bevoorradingspost genoemd. Als ze aan de achterkant hadden gestaan met de versnaperingen zou het waarschijnlijk een beachterradingspost genoemd worden.

 

Ik propte een stuk gekonfijt fruit naar binnen en genoot ervan. En daarna nog een. En nog een. En toen heb ik een grote beker water heel rustig uitgedronken terwijl de blauwe het toilet opzocht.

 

Ik had gegeten en gedronken en voelde me voldaan. Ik droeg mijn lot met gelatenheid en vroeg in het Grieks hoever het nog was. “Posses Chiliometres;” vroeg ik. “Dodeka,” repliceerde de man. “Efcharisto” zei ik en prompt liep ik de verkeerde kant op. De man riep me onmiddellijk terug en wees naar de andere kant waarbij hij “dromi dromi” riep. “o dromos” betekent “weg” wat dus inhield dat we van alle ellende af waren en dat was een ware opluchting voor mij. En inderdaad, voor mij lag een brede stoffige onverharde weg, relatief dun bezaaid met stenen. Er restte me dus nog 9km dalende onverharde weg en 3km asfaltweg in Kouroutes.

 

Na honderd meter had ik al een mooi tempo te pakken. De blauwe had ik niet meer gezien dus liep ik in 10de positie. Mijn benen voelden goed aan en ik herleefde. Dit was hardlopen, een discipline die mijn hobby is. Het was een afdaling in haarspeldbochten. Ik versnelde nog wat maar bleef weg uit de binnenbochten waar veel losse stenen lagen. Steeds zocht ik het best beloopbare spoor uit. De afdaling was vergelijkbaar met die van Alpe d’Huez, enkel het asfalt ontbrak. Ik heb de bochten niet geteld maar volgens mijn Garmin waren het er meer dan 21.

 

Plots zag ik twee bochten beneden me wit 3 lopen. Een blik op mijn Garmin vertelde me dat ik nog 8km had om hem in te halen. Dat gaf weer moed.

Na elke nieuwe bocht monsterde ik hem en ik raakte ervan overtuigd dat ik sneller liep. Nog wel wat op reserve, maar ik veranderde van trajectkeuze. Ik zocht de binnenbochten op om minder afstand te maken, de verhoogde  moeilijkheidsgraad door de stenen nam ik er dan maar bij. Ik draaide zelfs rakelings onder een laaghangende boomtak door, die een lichte kras op mijn kale kruin trok. Maar dat was geen punt. Punt was dat ik wit 3 moest hebben en dan zou een 9de plaats mijn beloning worden.

 

Plots voelde ik een heel klein steentje in mijn linkerschoen. Daar kon ik nu echter niet meer voor stoppen. Dit was er het moment niet voor. Pijn of geen pijn, ik moest verder en wel snel. Onder het lopen trachtte ik met de tip van mijn schoen op de grond te tikken en daardoor het steentje tussen mijn tenen te krijgen waar meer plek vrij was. Dat voelde toch wat beter aan, maar een beetje verder voelde ik al een tweede klein steentje in dezelfde schoen. Jammer maar helaas, dat moest ik zo vlug mogelijk vergeten, al spaarde ik een halve schoen vol. Toch hoopte ik dat het daarbij zou blijven want ik was niet van plan om thuis een grindpad aan te leggen.

 

De volgende drankpost snorde ik gewoon voorbij terwijl een al wat oudere dame “nero” naar me riep. Ik ben echter geen Romeins keizer, de Rubicon moest niet worden overgestoken en ik had geen dobbelsteen bij me. Zelfs niet in mijn linkerschoen. “Ochi, efcharisto” riep ik terug (nvdr. nero betekent water) en ik versnelde nog wat want ik zag dat de witte nog slechts een bocht voor me liep.

 

Toen ik het asfalt bereikte was ik weer wat dichter bij mijn tegenstander gekomen. Hij verdween net achter de bocht toen ik uit de vorige kwam. En achter die volgende bocht was de laatste drankpost. Ik weet niet of de witte daarvoor was vertraagd maar ik in ieder geval niet. Met een kort “no thanks” snelde ik voorbij.

 

En toen kwam ik op een lange rechte strook met de witte in het vizier. Aan de rechterzijde van de straat stond een grote bak water met een toevoerslang erin. De witte schepte in het voorbijlopen zijn petje vol en zette het op terwijl een regengordijn zijn schedeldak afsijpelde. Weer een halve seconde die hij verloor! Ik hou gelukkig niet van koud water over me als ik op snelheid ben. Zelfs niet als het dertig graden is. Als de toeschouwers thuis met een tuinslang in de aanslag staan loop ik daar met een grote boog omheen.

 

Net voor de volgende bocht haalde ik de witte in. Hij hoorde me blijkbaar komen want hij versnelde zichtbaar. Hij keek niet om en ik bleef achter hem.  Psychologisch voordeel. Het kon natuurlijk zijn dat hij wat gerecupereerd was, maar na zulk een wedstrijd achtte ik die kans eerder klein. Ik schatte mijn basissnelheid hoger in dan de zijne, gezien de evolutie van de laatste kilometers. Toen we op de moeilijke trajecten de berg afdaalden was hij de gems en ik de landschildpad, maar nu was ik het jachtluipaard en hij de prooi. En hij wist het. Merkwaardig dat hij niet omkeek naar me toen hij me hoorde naderen. Dat liet vermoeden dat de man in een minder lucide toestand verkeerde.
Zeker honderd meter of langer bleef hij op zijn verhoogde snelheid en ik bleef hem aan dezelfde snelheid volgen, ongeveer 3 meter achter hem zodat hij mijn voetstappen goed kon horen, bijna moest voelen.

Zag ik hem vertragen? Nog niet. Ik wachtte nog. Ik voelde me fit. De adrenaline stroomde door mijn aderen. Ik spaarde mijn energie om te kunnen ontploffen als hij vertraagde.
Aan zijn bewegingen zag ik dat hij niet echt soepel meer liep, maar hij moest wel een stuk jonger zijn dan ik. Ik herinnerde me de wijze waarop hij me met flair en elegantie voorbij stak in de afdaling met het struikgewas en de losse rotsblokken. Nee, deze witte kon dat niet lang meer volhouden. Zijn flair was weg en de elegantie vertoonde hoekige kantjes. Ik wachtte geduldig af en liet mijn verstand werken. Als hij op snelheid zou blijven zou ik toch iets moeten doen. Ik kon natuurlijk een eindsprint afwachten, dat had ik nog wel in de benen. Maar als hij ook een eindsprint had kon dat faliekant aflopen. Nee, als hij niet vertraagde moest ik eerst nog iets proberen. Maar ik had nog de tijd.

 

Na de volgende bocht kwam Kouroutes dan toch eindelijk beneden ons in zicht. De weg leek er een heel eind voorbij te lopen, maakte dan een laatste haarspeldbocht en kwam dan terug en liep kronkelend het dorpje binnen.

 

Ik liep nog steeds enkele meters achter de witte en en wachtte mijn moment af. Uiteindelijk leek hij toch te vertragen. Of beeldde ik dat me in? Ik dacht niet dat ik versnelde maar toch kwam ik wat dichter. Dichter en dichter. Nog even en ik kleefde bijna aan zijn rug. Nog steeds had de man niet omgekeken. Ik besloot naast hem te gaan lopen. Het resultaat was dat we elkaar plots aankeken. Ik zei heel duidelijk “hallo” terwijl ik mijn ademhaling perfect onder controle hield. Hij repliceerde mijn groet zonder evenwel een spier van zijn gelaat te vertrekken. Ook uit zijn ademhaling kon ik weinig opmaken. Hij ademde misschien iets zwaarder maar dat zal wel normaal zijn na zo’n helletocht met inbegrip van de versnelling die hij net had gemaakt.

Ik versnelde iets maar niet te veel. Hij versnelde niet mee. Had ik hem een mentale tik verkocht? De prooi was gebeten. Daar was ik van overtuigd maar ik had geen zichtbaar bewijs. Ik versnelde nog wat en vanuit mijn ooghoeken zag ik dat hij niet meekwam. En toen versnelde ik in crescendo. Langzaam opbouwend. Tot ik een tempo had dat ik nog net baas kon. Dit kon ik nog wel een kilometer, desnoods twee, volhouden.
Nauwelijks een halve kilometer verder had hij al vijftig meter aan zijn broek.

 

Na de haarspeldbocht zag ik hem boven me en dus al een flink eind achter me lopen. De drank die ik had moeten derven door de laatste posten over te slaan, zou ik ruimschoots kunnen compenseren met enkele ouzootjes met citroenlimonade en drie ijsblokjes.

 

Toen ik het dorp binnenzeilde kreeg ik applaus van enkele dorpsbewoners en na de laatste bocht zag ik de boog van de aankomst waar de locals, de organisatoren en de reeds aangekomen deelnemers door elkaar liepen.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningIk versnelde nog wat en perste alle kracht uit mijn vermoeide benen. Een sprintje was niet meer nodig maar toen ik plots een toeschouwer voor me uit zag lopen, het bleek later de cameraman te zijn, sprintte ik achter hem aan over de eindstreep. Tja de man had mijn aankomst niet gefilmd, maar hij vroeg me om dat later nog eens te simuleren, wat ik dan ook met plezier deed.

 

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningIk kwam aan in 4u28 als 9de, kreeg een medaille rond de nek en een lauwerkrans van gevlochten olijftwijgen op het hoofd gezet.

Mijn vrouw die ook aanwezig was, ze was met de huurwagen ter plaatse,  feliciteerde me. Ik voelde me niet eens uitgeput, een gevoel dat ik wel heb na een marathon. Het leek wel of ik nog makkelijk die 8.5km naar Platania kon lopen. Later op de dag en de volgende 4 dagen had ik wel veel pijn aan de buitenzijde van beide dijbeenspieren.

 

Vrijwel onmiddellijk na mijn aankomst vroeg iemand van de organisatie me voor een interview, dat ik andermaal met enthousiasme en plezier gaf. Ik zei dat ik niet veel Grieks kende en de man vervolgde in het Engels waarna hij steeds mijn antwoorden vertaalde.

Hij vroeg me of ik ervan had genoten en uit de grond van mijn hart zei ik “nee” en vertelde ik hem dat ik het een hele moeilijke afdaling vond en dat me dit totaal niet lag. In België zijn nu eenmaal geen bergen en ik heb daar dan ook de techniek niet voor ontwikkeld. Ik vertelde hem dan ook dat ik de wedstrijd had meegelopen omdat ik een jaarlijks bezoeker van Kreta ben, waarop hij me vroeg of ik volgend jaar opnieuw zou meelopen. Dat ga ik zeker niet doen, maar ik zei hem dat ik volgend jaar wel de stratenloop van 8.5km van Platania naar Kouroutes zou meelopen. En dat zou er best wel eens van kunnen komen.

 

Daarna had ik nog een gesprek met Ysbrand die me feliciteerde en ook de oude Spartathlonner kwam me een hand geven en was vol lof over mijn prestatie. Zijn atleten waren 3de en 25ste geworden.

 

Daarna zocht ik mijn plastiek plunjezak op, die mooi op borstnummer gesorteerd stond langs de weg. Na een verfrissende douche, er was slechts 1 douche met koud water in een klein bovenkamertje van een huis aan de aankomst, zocht ik mijn vrouw op en wandelden we naar de wagen om mijn spullen op te bergen.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningEr was nog een erepodium voor de eerste drie van de Race, die een trofee overhandigd kregen en daarna was een nog een act van een Grieks dansgezelschap.

 

Als afsluiter werd er nog een maaltijd aangeboden voor alle atleten en om 16u zouden de bussen terug naar Rethymnon vertrekken.

 

Op de maaltijd heb ik niet meer gewacht want ik snakte naar een ouzo met citroenlimonade en drie ijsblokjes terwijl er slechts water en lauw fruitsap in de aanbieding stonden. En fris biertje had ook wel gemogen maar dat was er ook niet. Het gebouw, waar de maaltijden werden bereid, mochten we nog niet betreden en behalve een kleine kafenion aan het einde van de straat, waar het niet gangbaar is om dames mee binnen te nemen, was er totaal geen voorziening voor mijn behoefte.  

 

Ik stelde voor om naar Agia Galini te rijden, waar mijn vrouw dan ook onmiddellijk mee akkoord was, want zij stond ook al drie uur op straat aan de aankomst. En daar heb ik mijn beloning geïncasseerd, een ouzo met citroenlimonade en drie ijsblokjes. Daarna genoot ik van een maaltijd bestaande uit een lekkere mousaka met twee flesjes koele Retsina. Nadat we de rekening hadden gevraagd kregen we nog twee gratis karafjes raki aangeboden door estiatorio Medusa, zodat ik in gezegende toestand van tafel kwam. Dit was pas vakantie! 

Pas toen ik thuis was ontving ik een bericht van de organisatie dat ze tweemaal de awarding ceremonie hadden uitgesteld omdat ik eerste vijftigplusser was en men mijn aanwezigheid verwachtte. Hier had ik dus niet op gerekend anders was ik wel gebleven. Mijn trofee staat ter beschikking in hun kantoor en waarschijnlijk zal ik die volgend jaar afhalen als ik ga meelopen met de 8.5km wedstrijd.



De wedstrijd
http://www.youtube.com/watch?v=8upQtpT0tu4

00:42 - Beelden van de start, ik ben die blauwe met de lange sokken die aan zijn horloge aan het prutsen is

05:00 - Beklimming van de gletsjer met behulp van koord met lussen
07:45 - Verzicht via de gletsjers
11:10 - De top in zicht

 

De wandeling

http://www.youtube.com/watch?v=-HZQ-X57Ptg 

 

 

 

- - - § - - -

 

 

 

10:10 Gepost door Raphael Van Den Broeck in Sport | Permalink | Tags: psiloriitis race, nidaplateau, kouroutes, kreta running |  Facebook |