29-09-12

Alonissos Challenge (30km) - 9 september 2012

ALONISSOS CHALLENGE

9 september 2012

 

Alonissos Challenge (30km).jpg

 

 

Mijn vakantie naar de Sporaden eilanden in Griekenland was reeds geboekt in Januari. Ik had wat bezienswaardigheden op die eilanden (Skopelos – Alonissos – Skiathos) gevonden via internet, maar een tiental dagen voor ik vertrok vond ik, louter toevallig want ik was dus op zoek naar bezienswaardigheden, op de Engelstalige website www.greeka.com iets over de Alonissos Marathon. Op een Griekse website www.alonissoschallenge.gr  vond ik dan info over de wedstrijd op het eiland Alonissos. De Alonissos Marathon, die vroeger gehouden werd, was omgevormd tot een ‘multitrail’ van 30km. De wedstrijd zou doorgaan op 9 september en dus precies een week na mijn geplande marathon van Beneden Leeuwen (Gelderland) van 2 september.

Een uur later had ik alles geregeld. De wedstrijd startte aan het haventje Patitiri om 8u ‘s ochtends. Er waren twee afstanden, nl. 30km en 10km. Ik had gevonden dat er een ferryboot van het eiland Skopelos, waar ik op dat moment verbleef, naar het eiland Alonissos vertrok om 15u25 op zaterdag 8 september. Even later had ik een kamer geboekt in Patitiri haven. Pension Panorama bleek boven op de rots aan de haven van Patitiri te liggen. Als ik me over het balkon had laten vallen zou ik recht op de startboog terecht gekomen zijn.

 

Op maandagnacht 3 september vertrokken we met de wagen naar Schiphol, waar we een vlucht naar Skiathos hadden op dinsdagochtend om 6u10. Omstreeks 13u30 namen we de grote ferryboot Pegasus Expres van Hellenic Seaways, de sponsor van de Alonissos Challenge, van Skiathos town naar Skopelos, waar we de eerste week logeerden in hotel Aperitton.

 

Op woensdag 5 september, ik had twee dagen rust genomen na de marathon, liep ik een rustige 5km door het stadje Skopelos. Op donderdag 6 september liep ik een rustige 20km vanuit Skopelos stad naar Agnondas, een vissersdorpje aan de zuidkust, en terug.

 

Op zaterdag 8 september om 15u25 namen mijn vrouw en ik de Pegasus Express vanuit Skopelos naar Patitiri op het eilandje Alonissos. De prijs van 1 overtocht bedroeg € 5,5 per persoon en duurde 30 minuten.

 

 

DSC07965.JPG

 

 

Om 16u30 zaten we in restaurant Flisvos op de kade en genoot ik van een Pizza Alladikon (tomaat, kaas, pikante worst, pepers en ui) met een halve liter koele Retsina.

 

Om 17u30 vond ik in het lokale warenhuis nog een vacuum verpakte gevulde koek, een zakje rozijnen, een potje yoghurt en twee bananen. Dat zou mijn vroeg (6u30) ontbijt voor morgen worden.

 

Om 18u maakte ik kennis met een Brit die de 10km ging lopen en die logeerde in Votsi, een vakantiedorp dat naadloos overging in Patitiri maar in de baai ernaast gelegen was.

Samen haalden we ons borstnummer en chip af in Taverna Alonissos aan de kade en maakten we nog een praatje met enkele andere Britten die het traject van 10km gingen afwandelen onder begeleiding van een andere Brit, Chris Browne, die alle trajecten had uitgezet. Allemaal kregen we ook nog een gratis T-shirt waarvan we de maat hadden moeten opgeven bij onze inschrijving via internet.

Alle inschrijvingen waren trouwens ook gratis en voor de 30km-lopers was er nog een pasta party voorzien in restaurant Ftiftixia aan de kade.  

 

 

 DSC07958.JPGDSC07985.JPG

 

Omstreeks 21u genoot ik van een grote spaghetti Bolognaise met gemalen graviera (gruyèrekaas). Natuurlijk dronk ik daar nog een halve liter Mythos bij, het meest bekende Griekse pilsbier, gevolgd door meer dan een halve liter water. Dit is op relaxte wijze genieten met een wedstrijd in het vooruitzicht. Mijn vrouw nam een kalfskotelet, maar zij genoot op minder relaxte wijze. De kotelet was blijkbaar van een wijze grootmoeder ipv van een mals jong kalfje. Tenzij het kalf vroeger ook de marathon had gelopen want het kostte haar inspanning en puzzelwerk om het vlees van tussen het spierweefsel uit te fileren. Maar kom, ook mijn vrouw mocht wat arbeid verrichten want zij had geen wedstrijd op haar programma staan.

 

Omstreeks 23u30 lag ik op bed zonder laken of deken want het was warm genoeg. Mijn nachtrust werd een zestal keer onderbroken door toiletbezoek (teveel water) maar ik viel elke maal onmiddellijk terug in slaap, zodat ik toch wel van meer dan 6u nachtrust had genoten. Ik ben aan minder gewend.

 

Iets voor 6u werd ik wakker, net voor mijn GSM-alarm. Het was nog donker. De zon zou pas opkomen omstreeks 7u15. Om 6u20, na mijn dagelijkse poetsbeurt, propte ik mijn geïmproviseerd ontbijt naar binnen. De gevulde koek werd mijn vulling, en de rozijnen, de yoghurt en de banaan kwamen erachteraan. Alles werd doorgespoeld met water want koffie maken konden we niet.

 

Toen het licht werd, het weer was helder en warm en bijna windvrij, stond ik op het terras naar beneden te kijken en zag ik de organisatoren bezig met het oppompen van de startboog. Het labiele geval werd vastgemaakt met vier touwen, respectievelijk aan een lantaarnpaal, aan een stenen boog, aan het dak van een kiosk en aan een vierde man wiens eindje touw te kort was om een paal te bereiken, zodat zijn vrienden ermee spotten dat hij daar waarschijnlijk wel de hele wedstrijd moest blijven staan. Toch werd er nog een houten zitbank bij gesleurd, maar uiteindelijk heeft een verlichte geest nog een touw gevonden om eraan vast te knopen en kon de dichtstbijzijnde paal worden bereikt. Het was een vermakelijk schouwspel dat mijn vrouw en ik van bovenaf konden volgen.

 

 

DSC08010.JPG

 

 

 

Om 8u stond iedereen aan de start, maar de techniek liet het afweten zodat de speaker diende te wachten op het gebruik van zijn microfoon. Het welkomstwoord werd in het Engels en in het Grieks gegeven, maar de briefing was louter in het Grieks. En daar heb ik niet al teveel van verstaan. Volgens mijn Garmin werd de start gegeven om 8u34, waarbij de lagere nummers (30km) vooraan en de hogere nummers (10km) achteraan startten. Er bleken slechts 15 deelnemers op de 30km (+1010m) en 21 op de 10km (+360m).

De zon scheen reeds fel en de temperatuur zou oplopen tot boven de 25 graden Celsius. Dat was in mijn voordeel.

 

DSC08015.JPG

 

 

 

In groep liepen we de eerste vlakke strook van 100m (en tevens ook de voorlaatste vlakke strook want het volledige parcours bestond uit lichte tot steile hellingen en afdalingen) en dan draaiden we de winkelstraat in die redelijk steil omhoog liep. Op de helling trok een duo zich los maar ik bleef vooraan in de groep. Mijn start is altijd vrij traag. Bij het duo zat een oudere, waarschijnlijk uit mijn leeftijdscategorie, dus die moest ik in de gaten houden.

 

Na 1km zag ik de jonge loper voor ons, van de oudere weglopen. De oudere bleef honderd meter voor ons uit maar het gaatje werd niet groter.

Na 2km kwam ik op tempo en besloot wat te versnellen. Twee jongeren kwamen mee. Ik wilde het voortouw aan hen laten, maar ik hoorde hen puffen van de warmte en de inspanning. Dus nam ik de kop en versnelde ik nog wat. Niemand kwam mee en rustig haalde ik de oudere voor me in. De eerste jongere was toen reeds uit het zicht.

 

Toen ik bij mijn tegenstander kwam begroette ik hem met een kort ‘hello’. Hij groette terug en zei in het Engels: “It will be hot”, waarop ik antwoordde: “I like it hot.” “I ‘m Greek” zei hij toen, waarop ik in het Grieks antwoordde dat ik uit België kwam. Korte zinnetjes in het hedendaagse Grieks lukken me wel, maar een Griekse briefing over een wedstrijd begrijpen is toch heel andere koek.

 

Daarna zwegen we en voelde ik dat ik nog steeds aan trainingstempo liep. Ik dreef mijn snelheid niet op en Giannis Kostakis, ik wist dat de man zo heette want ik had het aan de start op zijn borstnummer gelezen, volgde.

 

Na 4km werden we het bos ingestuurd en kregen we een heel steile helling van ca. 300m voorgeschoteld. Hier liet ik Giannis achter. Bovenaan kwamen we weer op de weg en was de splitsing voor de 10km en de 30km.

Wat verder zat ik al bijna honderd meter voor Giannis uit en even later mistte ik een richtingaanwijzer zodat ik prompt verkeerd liep. De weg liep dood op het strand beneden (het strand van Chrisi Milia) en daar stonden geen richtingaanwijzers meer. De wegmarkering bestond tot hiertoe uit grote in het rood geschilderde pijlen op het wegdek. Er was ook geen levende ziel te bekennen. Ik stopte, twijfelde even en stopte mijn Garmin. Toen ik tot de vaststelling was gekomen dat ik echt wel terug naar boven moest, startte ik mijn Garmin terug.

Toen ik boven kwam had ik nog steeds geen lopers gezien, maar bovenaan was wel een levensgrote rode pijl op het asfalt geschilderd en twee grote rode kruisen op de weg waarop ik naar beneden was gelopen. De weg die ik diende te volgen liep gewoon rechtdoor maar liep over een bultje zodat ik niet gezien had dat daarachter ook nog asfaltweg lag. Eigen schuld, dikke bult. Ik had de pijlen maar in de gaten moeten houden. Tja, ik zal het nooit leren vrees ik. Het verkeerd lopen zit waarschijnlijk in me verankerd.

 

Toen ik wist dat ik terug op de goede weg zat, versnelde ik tot wedstrijdtempo. Ik kon me wel voor de kop slaan. Giannis zou al ver voor me zitten en ik vreesde hem niet meer in te halen.

Toen ik het blauwe bordje met 5km naast de weg zag, had ik al 5,76 op mijn Garmin.

 

Na enkele haarspeldbochten zag ik een tweetal voor me. Ik ging hen vlot voorbij op een helling en de jongste gaf me zelfs applaus. “Efcharisto” riep ik (bedankt), maar eigenlijk was applaus iets wat ik totaal niet verdiende. Ik vond mezelf gewoon een oen.

In totaal stak ik 6 lopers voorbij waaronder 1 dame, en pas toen zag ik Giannis voor me uit lopen. Ik herkende hem aan zijn witte shirt met de grote letters ‘Salomon’ op de rug en aan zijn gele schoenen en korte zwarte sokken.

 

Op 10km haalde ik hem in, net aan een drankpost. “Imoun sto latho dromo” zei ik (wat zoveel moest betekenen als: ik was op de verkeerde weg).“They told me I was First because somebody missed” zei hij, waarop ik antwoordde: “yes, I missed." Ik talmde echter niet, goot een beker sportdrank naar binnen en vervolgde mijn weg. Maar nu toch wel iets trager. Ik was bijna 6km voluit gegaan en er stond nog 20km af te leggen. Ik vroeg me af wat Giannis bedoelde met “they told me I was first”. De jonge loper moest toch nog voor hem zijn dacht ik. (Die liep echter de 10km maar dat wist ik toen nog niet.) Verder vroeg ik me af of Giannis wel de waarheid sprak. Misschien waren er nog wel deelnemers hem voorbij gelopen tijdens mijn onverwachte strandexcursie. Grieken hebben veel kwaliteiten en liegen is er wel eentje van. Ooit vertelde een in Kreta wonende Nederlandse dame me dat de Grieken voortdurend liegen en er zich niet eens voor schamen als ze op die leugens betrapt worden. “Het zit hen in de genen” zei ze op een schampere toon. Toch mag men dat niet als een zuiver slechte karaktertrek beschouwen vind ik. En het is ook niet crimineel. Op de eilanden vind je nauwelijks criminaliteit. De enige gangbare ‘criminele’ activiteit is het ontduiken van belastingen, en dat is in Griekenland zelfs een nationale sport.
Maar ja, het zou ook zomaar kunnen dat iemand Giannis had toegeroepen dat hij eerste was en dat pas daarna anderen hem gepasseerd waren. Ik wist het niet en het zou een raadsel voor me blijven.

 

 

 

7682405_orig.jpg

 

Net voor Steni Vala, een klein vissershaventje aan de kust, en na enkele steile haarspeldbochten, moesten we van de asfaltweg af. De nieuwe bodem bestond uit een brede stoffige zandweg met stenen en kiezel. Toch was dit heel goed beloopbaar. Aan de drankpost van 12.5km kwam Giannis weer bij me. We stopten, begroetten de mannen die ons de drank aanreikten en Giannis zei tegen hen dat ik Grieks sprak: “milaï ellinika”. Ik had echter geen zin in een praatje, ik dankte en vervolgde onmiddellijk mijn weg, Giannis achterlatend. Ik vroeg me af hoever de jonge snaak nog voor me zat en of er nog andere lopers voor me zaten. Voor zover ik wist liep ik in tweede stelling maar dat was giswerk.

 

Ook de wegmarkering werd anders. Dat was waarschijnlijk wel in de briefing meegegeven maar dat had ik niet verstaan. Er waren geen geschilderde pijlen meer, maar er hing roodwit signalisatielint aan bomen en struiken waar we voorbij moesten. Als er een splitsing was, dan lag er lint over de ganse breedte van de foute weg. Alles was werkelijk goed aangegeven, maar ik ben daar zo’n kluns in dat ik constant vreesde dat ik fout liep en altijd weer opnieuw blij was als ik een lint zag.

Er waren steile stroken op en af. Soms moest ik bij afdalingen afremmen om de pedalen niet te verliezen. De grillige oostelijke rotskust was regelmatig zichtbaar.

 

Na ongeveer 17 km kwamen we terug op de asfaltweg uit en liepen we over hetzelfde traject als voorheen maar in de andere richting. Terug richting Patitiri. Ook had ik al tweemaal een man van de organisatie, herkenbaar aan het shirt van de Challenge, op een scooter zien voorbij snorren. We groetten elkaar ook iedere keer. Later bleek dat hij met zijn GSM het verloop van de wedstrijd doorgaf aan de speaker aan de aankomst zodat de toeschouwers, zoals mijn vrouw, mee de situatie in de wedstrijd konden volgen.

Op 18km stonden er twee mensen die me terug off-road stuurden en de zoveelste steile klim werd ons onder de schoenen geschoven.

 

Na veel op en af kwam ik op een asfaltweg uit waar enkele wandelaars liepen met het shirt van de Challenge. Andermaal kreeg ik applaus. Waar die mensen vandaan kwamen was me ook een raadsel maar ze bewandelden in groep een traject dat ook wel tot de organisatie moest behoren. Toen zag ik dat er in witte cijfers 21.1 op de grond geschilderd stond, wat precies de afstand van de halve marathon is. (Later heb ik op dat eiland, toen we er een week logeerden, ook nog de gele pijlen van het parcours gevonden uit de periode dat men daar een volledige marathon liep over de grote weg, van Patitiri naar Gerakas en terug)

 

Even voor Chora, het pittoreske dorpje boven op de heuvel en de vroegere hoofdstad van het eiland, kruisten we de hoofdweg en honderd meter verder moesten we opnieuw een onverharde weg op. Dit ging vlot, we daalden met grote bochten naar de zuidwestkust. Vanuit de verte zag ik de stranden Gallia en Sivritsa liggen. Maar zover liepen we niet. De onverharde weg leidde terug omhoog naar Chora en de laatste klim was wederom vrij steil.

 

Aangekomen op de grote weg naar Chora zag ik weer enkele mensen van de organisatie staan, in gezelschap van de man met de scooter. Ze moedigden me aan en ik knikte dankbaar. En dan liepen we rond Chora en aan de andere zijde het dorp binnen. (Dit traject heb ik de week nadien nog gewandeld en alle wegmarkeringen waren toen nog aanwezig)

 

Plots zag ik aan het einde van zo’n steegje een man in het blauw weglopen. Was dit ook een loper van de 30km? Het kon bijna niet anders. Wie weet hoeveel tegenstanders ik nog voor me uit had lopen. Ik dacht er maar niet verder over na want ik zou het toch niet te weten komen. En ik moest me concentreren op de weg. Op sommige splitsingen stond iemand om ons de weg te wijzen, want Chora bestaat uit een wirwar van nauwe steegjes en trappen. Allemaal heel mooi gerestaureerd en de steegjes geplaveid. Er was geen rode verf aangebracht, maar er werd met signalisatielint en bordjes gewerkt. Dit getuigt toch wel van respect voor de schoonheid van het dorpje. Maar voor mij bleek het moeilijker om de juiste route te ontdekken en natuurlijk, hoe kan het ook anders, liep ik daar verkeerd. Plots kwam ik terug op de grote weg uit, op de plek waar die mensen stonden toen ik de helling op was gelopen. Ook de man met de scooter was nog bij hen en allen riepen “lathos” naar me, ten teken dat ik fout zat. De man met de scooter handelde echter snel en gebood me bij hem achterop de scooter plaats te nemen. Zo reden we terug het dorpje binnen en hij zette me af aan het punt waar ik gemist had. Ik moest daar een trap af die ik tijdens mijn doortocht niet had opgemerkt. “Kato kato” riep hij me toe (wat beneden betekent). Ik dankte hem en denderde de trap af. Ik moest weer zowat 200m verkeerd gelopen hebben. En dat klopte ongeveer want later zag ik op mijn Garmin dat ik in totaal bijna 32km had gelopen. Het was wel de eerste maal dat ik in een wedstrijd op een scooter had gezeten. Nooit gedacht dat ik dat zou meemaken. Enfin, ik heb geen meter gepikt en later zou blijken dat ik in totaal 1km meer gelopen had dan de anderen.

 

We liepen het dorpje uit en we gingen weer over onverharde wegen door een dennenbos. Afwisselend steil dalend en klimmend, maar nergens vlak. Ik denk niet dat er vlakke stroken in het parcours zaten, of ze moesten korter geweest zijn dan 100m. En er leek ook geen eind aan te komen. In Chora had ik een bordje zien staan met 26km en vermits de race 31km lang was moest ik er nog 6 lopen, want ik had er eentje teveel gedaan. De weg van Chora naar Patitiri is ook 5,5km, maar wij liepen niet langs de gewone asfaltweg. We daalden weer af naar de kust. Naar de zuidkust deze maal, naar het strandje van Vythisma.

 

En toen zag ik bijna bovenaan een korte helling weer de blauwe loper. En toen zag ik pas dat de man lange sokken aanhad en herkende ik hem van aan de start. Hij liep met het borstnummer 12 of 15 herinnerde ik me en het was er ook al eentje van mijn leeftijdcategorie. De man leek bijna stil te staan en ik liep ras op hem in. Bovenaangekomen begon hij te wandelen … wat ik heel raar vond. Het kon niet anders of de man moest er compleet doorzitten. En dat was ook zo want Petros Petrakos, zo heette hij, heeft me dat achteraf nog verteld. Ik zoefde hem voorbij als een haas en draaide de gashendel volledig open. Ik voelde dat ik dat tempo nog gemakkelijk een tijdje kon volhouden want ik had meer dan de halve wedstrijd aan trainingstempo afgelegd.

En dan moesten we van de onverharde weg af, en door de bomen een berm af. Er hingen roodwitte linten aan de bomen maar er was geen duidelijk spoor merkbaar. We moesten nog ergens een rotspartijtje afklauteren en weer tussen dennenbomen naar beneden. Mijn grootste vrees was om weer verkeerd te lopen, zeker nu ik net een rechtstreekse tegenstander voorbij was gelopen.

 

Toen moest ik over een natuurstenen muurtje, zoals je ze veel vindt in Griekenland, en kwam ik op een geplaveid weggetje terecht dat naar een strandtaverne liep. Waar moest ik naartoe? Ik wist het niet en ik zag het niet, maar plots hoorde en zag ik een grote zware man voor me die riep “edo” (wat ‘hier’ wil zeggen) Dus liep ik hem tegemoet en hij wees me welke richting ik uit moest.

 

Ik liep de taverne voorbij en kwam op een betegeld paadje naast het strand. Ongeveer 100m verder moest ik een in dezelfde steen betegelde trap op. Daarna volgde nog een stevige lange helling en een kleine afdaling en dan bereikten we de asfaltweg van Cape Marpunta naar Patitiri.

 

Dit was een lichtgolvende mooi geasfalteerde weg en dat beviel me goed. Ik kon mooi tempo houden en een snelle blik achter me vertelde me dat Petros niet meer in zicht was. Hij zou ruim twee minuten na me aankomen.

 

Even verder stond er in rode verf 30km op de weg. De laatste km lag voor me en die was volledig in afdaling. Ik voelde me goed en ging voluit door het smalle steil afdalende straatje dat naar de hoofdweg van het haventje van Patitiri leidde. Dit was het straatje waar ik net voor de wedstrijd nog mijn plas kwijt kon. Ik was dus op bekend terrein (lees afgebakend territorium).

 

In vol galop ging ik door de laatste bocht en de eindstreep lag voor me.

Net voor de matten ontwaarde ik mijn vrouw die langs de kant stond. Voor ik over de mat liep keek ik achterom en zag niemand aankomen. Dus stopte ik bij mijn vrouw, kuste haar en vroeg hoeveel lopers er al binnen waren. ‘Geen enkele,” zei ze, “je bent de eerste!” Dat had ik ook nog nooit meegemaakt maar ik vond het uiteraard prachtig. Ik poseerde nog even voor een foto waarbij mijn vrouw net mijn ‘pose’ mistte en de foto nam toen ik me terug in beweging zette om de matten te overschrijden, onder applaus van de toeschouwers. Dit was genieten. Ik ben het ver moeten gaan zoeken maar dat ik op 59-jarige leeftijd uiteindelijk de eerste wedstrijd uit mijn loopcarrière gewonnen heb is voor mij dan ook geen alledaags feit. Ik finishte in 2:47:32 met bijna 32km op mijn teller.

 

 

  DSC08020.JPGDSC08028.JPGDSC08029.JPGDSC08090.JPG

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na een douche in Pension Panorama, betaalde ik de kamer en ging ik samen met mijn vrouw op zoek naar een Megalos Mythos (halve liter pils) die ik bijna in één teug soldaat maakte. Ik zag dan ook de man van de organisatie met zijn scooter en met plezier betaalde ik hem een drankje voor zijn hulp. Hij vroeg me of ik volgend jaar op 9 juni zou weerkomen om mijn titel te verdedigen op de 8ste editie van de Challenge. Toevallig was dit jaar de wedstrijd uitgesteld en verplaatst naar september, maar normaliter gaat hij door in juni. Ik moest helaas negatief antwoorden want op 2 juni 2013 wil ik de Psiloritis Race, de korte afstand, lopen in Kreta. En het is net een beetje te ver weg om de ferry naar Alonissos te nemen. Alhoewel, ik word met het jaar gekker …

Dan was het wachten op de prijsuitreiking die doorging omstreeks 13u30, waarbij ik een beker mocht ontvangen van de burgemeester en we een diploma van de Challenge kregen met onze naam en gelopen tijd. Samen met Petros en Giannis poseerde ik voor de foto.
Ook de eerste drie dames werden afgeroepen, waarbij ook de eerste dame, Gabi Naegele (een Duitse loopster) een beker ontving.

De jonge man die bij de start van ons wegliep kreeg de beker van de 10km en ook de eerste dame van de 10km kreeg er eentje.

 

http://www.alonissoschallenge.gr/alphagamma974nualphasigmaf-30-chilambdamu.html

 

 

 

Na de ceremonie genoot ik andermaal van een pizza Alladikon met een paar karafjes koele roséwijn in restaurant Flisvos (Later ondervond ik dat de restaurants Arxipelagos en Ostria op de kade veel beter waren maar ook restaurant Ilios, boven op de rots naast pension Panorama is een aanrader)

  

Om 16u25 hadden we de ferry terug naar Skopelos en twee dagen later zouden we terugkeren naar Alonissos en een week doorbrengen in hotel Paradise in Patitiri.

 

Toen we van de ferry kwamen zag ik toevallig de man van de scooter en het weerzien was hartelijk. Ik zou hem nog verschillende malen ontmoeten want Patitiri is heel klein en ook de volgende dagen werd ik herkend en aangesproken door locals. Voor een week was ik BB. Nee, niet Brigitte Bardot. Maar nu, een drietal weken later, loop ik bijna kreupel en voel ik dat het allemaal een beetje teveel is geweest. Ik heb nog enkele lange duurlopen op die eilanden gedaan en zoals ik reeds aanhaalde, het was bijzonder moeilijk om er enkele vlakke trajecten te vinden. De achillespezen betalen hun tol voor het vele klimwerk dat ik heb verricht en één der hamstrings is aan een onderhoudsbeurt toe.

 

Toch heb ik binnen twee weken de marathon van Eindhoven op mijn programma staan. Het zal een LSD worden denk ik …

 

 

 

~ ~ ~ § ~ ~ ~

 

 

 

 

 

 

13:56 Gepost door Raphael Van Den Broeck in Sport | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

13-06-12

Psiloritis Race (35km) - 27 mei 2012 - Kreta (Nida - Kouroutes)

Psiloritis Race

 

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningVolgens de Griekse mythologie is Zeus de oppergod van het grote garnizoen goden en halfgoden en volgens de Kretenzers is Zeus geboren in de Ideon Andron, een grot aan de voet van de hoogste berg van het Idagebergte in Kreta. En in de buurt van die grot ligt het Nidaplateau, waar sinds 2010 jaarlijks de Psiloritis Race wordt gehouden, een trail/bergloop die zijn naam ontleent aan die hoogste berg. De top van de berg  (Timios Stavros) ligt op 2456 meter en dit is 4 meter hoger dan de top van zijn evenknie, de Pachnes die in het Levka Ori gesitueerd is.

Het Nida hoogplateau ligt op ca. 1500 meter boven de zeespiegel op de Noordoostelijke flank van het gebergte. Van daaruit gaat de Race over de top naar het dorpje Kouroutes op de Zuidwestelijke flank.

Op de top staat een uit rotsblokken opgetrokken kapel waarnaar elk jaar op 13 september een bedevaart wordt ingericht. De tocht wordt gedaan in gezelschap van een priester en de nacht wordt doorgebracht naast de kapel waar op 14 september een eredienst wordt gehouden.

 

De Psiloritis Race werd dit jaar voor de derde maal ingericht en er was een infoavond in het House of Culture in Rethymnon, de derde grootste stad van Kreta. De borstnummers konden bij die gelegenheid worden afgehaald, de deelnemers kregen een authentiek Psiloritis shirt en nadien was er een gratis pastaparty. De avond werd omstreeks 22u afgesloten met een Griekse dansgroep. Of daar ook raki en een servies aan te pas kwamen werd echter niet vermeld.

 

 

Het transport van Rethymnon naar Nida werd georganiseerd met twee autobussen die startten om 5u aan het plaatselijke stadhuis. Er waren dit jaar 59 deelnemers.

 

De Race die vorig jaar 30.5km lang was, kreeg er deze maal een addendum bij zodat de afstand 35km bedroeg. Er werd een rondje om het Nidaplateau gelopen vooraleer de grot van Zeus werd aangedaan. De start werd gegeven om 7u45 op de parking aan het plateau.

 

Er waren ook nog 2 andere afstanden. Om 9u startte de wegrace over een afstand van 8.5km vanuit het dorpje Platania en om 9u15 startte de race voor de jongeren over 2km vanuit Kalotas. Alle aankomsten waren in  Kouroutes.

 

Om 13u was de prijsuitreiking van de trail voorzien en om 14u werd er een maaltijd geserveerd voor de atleten. De bussen terug naar Rethymnon zouden vertrekken om 16u.

 

Alle info hierover is te vinden op de website:

 

http://www.psiloritisrace.com/en/index.php

 

 

 

 

Mijn Race

 

Enkele jaren geleden was ik op internet op zoek naar een loopwedstrijd op het eiland Kreta waar wij bijna elk jaar een vakantie doorbrengen. Ik had toen een halve marathon gevonden van Arkadi naar Rethymnon, maar die werd gelopen in de maand maart en vermits ik dat jaar in maart liever de marathon van Pafos in Cyprus liep kwam het er niet van.

Vorig jaar was ik opnieuw op zoek naar die halve marathon of een andere marathon in Kreta maar kon ik er niets meer van vinden op het internet. En toen stootte ik op de Psiloritis Race, een trail/bergloop over het hoogste punt van Kreta. Trails zijn niet zo mijn favoriete biotoop als asfaltloper, maar toch besloot ik het erop te wagen en nadat ik in januari dit jaar mijn reis naar Kreta had vastgelegd, besloot ik in te schrijven voor de Race.

Na bericht van de organisatie zorgde ik voor het gevraagde doktersattest.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningOp vrijdag 25 mei vertrok onze vlucht vanuit Maastricht naar Iraklion. Op zaterdag was er een infoavond en op zondag werd de Race gelopen.

De infoavond, waarbij de borstnummers werden uitgereikt, werd gevolgd door een pastaparty en Griekse dansen.psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta running

Behalve de briefing, waarvan ik bitter weinig heb verstaan omdat die enkel in het Grieks werd gehouden, heb ik de andere festiviteiten aan me laten voorbij gaan zodat ik tijdig in onze hotelkamer in Platanes was en vroeg naar bed kon, met een half oog kijkend naar het Eurosong Contest op de TV.

 

Om 4u werd ik gewekt door mijn GSM-alarm en na een verkwikkende douche en het gebruikelijke gerommel met allerlei benodigdheden, waarbij ik mijn gels vergat, en na een fiks ontbijt van rijsttaart met bananen, bracht mijn vrouw me met de huurwagen naar het stadhuis van Rethymnon, waar reeds de twee autobussen en tal van lopers hadden postgevat.

 

Op de bus, die stipt om 5u vertrok, kreeg ik het gezelschap van een oude Griek die de dag voordien, na de briefing, gelauwerd was voor zijn carrière als loper en als coach. Hij had 205 marathons en verschillende Spartathlons op zijn actief. Hij was dit keer meegereisd als coach met twee lopers uit Athene. Onze gesprekken, in het Engels, gingen over trainingsvormen in het algemeen, over bekenden uit de wereld der ultralopers en over het autoloze eiland Hydra waar hij een huis had geërfd.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningOmstreeks 7u bereikten we de parking bij Nida. Hier stopt ook de verharde weg en verheft zich de hogere rotsmassa van het Idagebergte. Er is slechts één betonnen gebouw dat als taverne (zie foto onder) fungeert. 

 

 

Ik stapte van de bus toen een Nederlandssprekende man me aansprak en zei dat ik waarschijnlijk de Belg was die meeliep in de Race. Dat was natuurlijk ook zichtbaar doordat onze namen op onze borstnummers vermeld waren. Hij stelde zich voor als Ysbrand Visser van Runner’s World en vroeg me of ik bereid was om enkele vragen te beantwoorden voor zijn magazine. Dat was geen probleem voor me en ik vond het best aangenaam deze sympathieke man te leren kennen en gaf uitgebreid antwoord op zijn vragen.

Ook vroeg hij welk schoeisel ik zou dragen, waarop ik hem vertelde dat ik mijn trailschoenen thuis had gelaten. Ik dacht meer grip te hebben met mijn dagelijkse Asics Cumulus trainingsschoenen dan met het geprononceerde reliëf van mijn The North Face Hedgehogs op de rotsbodem.

“Ook op de sneeuw?” vroeg Ysbrand. Daarbij kwam ik wel degelijk uit de lucht gevallen. Het zal op de infoavond wel verteld zijn, maar mijn kennis van de Griekse taal beperkt zich tot het verstaanbaar maken van mezelf in korte zinnen en deze info was me totaal ontgaan. Ik stond perplex en dat moet ook zichtbaar en zeker hoorbaar geweest zijn want het enige wat ik er kon uitbrengen was de vraag: “Sneeuw? Ligt er sneeuw?” “Jazeker,” zei Ysbrand, “er ligt een heel pak, zelfs tot voor de grot.”

Ik kwam niet meer uit de lucht gevallen maar loodrecht uit het universum. Tot driemaal toe flitste het door mijn brein. Sneeuw … sneeuw … sneeuw … En ik had niet eens een paar ski’s meegebracht! Toch trok ik even na mijn figuurlijke val een redelijk onverschillig gelaat en repliceerde ik: “Ach, ik zie wel …”

Ysbrand zal zijn bedenkingen wel hebben gehad over deze onwetende Belg, die schier onvoorbereid dit avontuur wilde aangaan.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningNa het interview begaf ik me naar de taverne voor een plasje en ontmoette ik de Ier Chris Callaghan, die net van het enige daar aanwezige toilet afkwam met de flegmatieke zin: “It isn’t great …” En dat was het inderdaad niet. De pot stond bijna tot aan de rand toe vol pis en er dreef nog een eenzame sigaar in rond. Maar goed, ik vond dat mijn bescheiden plasje daar ook nog wel gezellig bij kon.

 

Nadat ik mijn loopschoenen had aangetrokken merkte ik dat ik mijn gels had vergeten. De rest van mijn loopkleding had ik reeds aan.

Ik had gekozen voor een korte running tight met achterzakje om mijn vergeten gels in op te bergen en een dun technisch loopshirt met korte mouwen om zo weinig mogelijk gewicht bij te hebben. Na mijn opwarming zou ik toch geen kou meer hebben en wat de sneeuw met zich zou meebrengen wist ik nog niet maar dat bleek achteraf gezien geen probleem. Ik had wel lange sportkousen aan omdat ik wist dat de overwegende begroeiing, boven de 2000m, het in Kreta veel voorkomend muizenkruid was. Ik was reeds met de jeep op grote hoogte geweest, aan de andere kant van het gebergte en die sokken dienden om mijn enkels toch een beetje te beschermen.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningDat lichtgroene muizenkruid is een klein taai struikje dat amper 20cm hoog maar heel stekelig is. Het werd in vroegere tijden, toen er nog geen koelkasten waren, gebruikt om voeding af te dekken tegen ongedierte zoals muizen. Vandaar de naam.  

 

Verder had ik nog de plastiek zak van de organisatie waarop mijn borstnummer was herhaald en waarin ik wasgerief en kleding voor na de aankomst in kon opbergen. Nadat ik deze in de bus had gedeponeerd liep ik een kilometertje op het asfalt als opwarming.

 

Om 7u45 werd de start gegeven nadat alle 59 deelnemers met naam en borstnummer werden afgeroepen.

 

Ik vertrok niet te snel, ongeveer zoals ik in een marathon start. 

Ik telde 9 lopers voor me waaronder 1 dame. Na een goeie km stak ik haar en 2 andere lopers voorbij en kwam ik in 7de positie. Voor me zag ik nog een loper in wit en één in een blauw shirt. De eerste vier waren al vlug buiten bereik.

 

Na goed anderhalve km verlieten we het onverharde pad en liep het parcours over de grasvlakte waar verschillende schapenkuddes graasden. Dit was een soort steppegras dat nog nat was van de ochtenddauw en waarin wielsporen van een wagen zichtbaar waren, gelijklopend met het rood-witte signalisatielint dat werd gebruikt om het parcours te markeren.

 

Na 2km liep ik de blauwe voorbij en even later de witte. Doordat ik de vier lopers voor me niet constant kon ontwaren, volgde ik de wielsporen maar. Ik had namelijk wat moeite om steeds het roodwitte lint, dat aan het struikgewas of aan een boom was vastgemaakt, te ontdekken. Ik had wel mijn contactlenzen in, maar toch heb ik het steeds moeilijk als er niemand onmiddellijk voor me uit loopt. De zon stond ook redelijk laag maar daarvoor had ik mijn zonnebril op. Toch bleek het een probleem en miste ik soms zodat de witte steeds terug voor me kwam. Mijn tempo lag net iets hoger zodat ik hem altijd weer terug achterliet.

Op een bepaald moment volgde ik de wielsporen en stevende ik af op een kudde schapen. Plots drong het tot me door dat twee herders op me riepen. Toen merkte ik dat ik al tientallen meters uit de richting zat. Toen wist ik dat de wielsporen geen correcte aanduiding waren en besloot ik achter de witte te blijven.

Dit lukte goed, tot we een droge rivierbedding bereikten die vanuit de bergen, onder de weg door op het plateau uit kwam. De bedding was bezaaid met rotsblokken, stenen en andere ongelijke toestanden. Dit lag me totaal niet en ik moest lossen.
Terwijl ik Zeus en alle andere goden aanriep, stak een jongen in rood shirt me voorbij. Ook hem moest ik onmiddellijk laten gaan. Hij had al enkele tientallen meters voorsprong toen er weer eentje met een rood shirt achter me liep. Het rode leger zat zowaar achter me aan. Maar toch waren het geen Russen want ze riepen op elkaar in het Grieks.

 

Na 5km liep de bedding wat steiler bergopwaarts en zagen we de asfaltweg voor ons. Er was daar een betonnen constructie met een buis erin waardoor in de winter het water uit de bergen onder de weg doorliep. Via de rotsen en die constructie moesten we het asfalt op en waar rood 2, die me inmiddels ook had achtergelaten, vlot op klom terwijl ik de hindernis op handen en voeten diende te nemen. Die jongens hadden oneindig veel meer trailtechniek dan deze plattelander. Misschien speelde ook het leeftijdsverschil een rol. In vergelijking met hen had ik de souplesse van een tuinhark en de kracht van een mug die de krant wil tegenhouden waarmee hij zal worden doodgemept.

 

Ik verloor kostbare tijd, maar eenmaal op het asfalt zette ik de achtervolging in en vond ik terug aansluiting met de roden aan het punt waar we de weg moesten verlaten. Het rondje van 6km zat erop.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningDe witte was reeds uit zicht toen een seingever, in gezelschap van vier mannen in camouflageoutfit, ons over een houten trapje de bergwand opstuurde en via een geitenpad moesten we naar de grot van Zeus, de Ideon Andron. Ik sjokte achter het rode leger aan. Na enkele honderden meters bereikten we de onverharde weg die naar het gebouwtje bij de grot liep. Daar kwamen we de witte tegen die ons passeerde, terug bergafwaarts.

 

Even later bereikte ik het gebouwtje aan de grot. Daar moesten we even poseren (of was het pauzeren?) voor een foto en mochten we terug bergaf over de onverharde weg. Ik als laatste achter de twee roden. Deze weg leidde via een haarspeldbocht terug naar de parking, maar net in de bocht had een seingever postgevat.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningHij stuurde ons weer een geitenpad bergopwaarts in met de woorden “Chioni mechri octakosia metres” (sneeuw na 800 meter) Hij zei het zelfs nog eens in het Engels toen ik passeerde. Zag ik er dan zo Brits uit? Ik had nochtans geen paraplu en bolhoed bij me. Toch volgde ik de rode dubbeldekker voor me.
Rood 2 leek het iets moeilijker te hebben en moest een gaatje laten. Hij keek om een vroeg: “Thelies brosta?” (Wil je voor?), waarop ik hem bedankte en wat versnelde. Hier lagen minder rotsen en de hard aangestampte aarde van het smalle pad tussen de struiken maakte dat ik sneller vorderde. (Foto's genomen enkele dagen na de Race)

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningRood 1 was al flink voorop en wit en de vier snellen waren uit het zicht toen we aan de eerste sneeuwhindernis kwamen. We moesten de eerste gletsjer, die ongeveer 40 meter breed was, dwars oversteken. En dit moest gebeuren met behulp van een dwars gespannen touw. Het soort touw dat een beetje rekbaar was en wat meegaf als je er aan trok. Aan de linkerzijde van het touw, de richting waar de gletsjer in de diepte verdween, liep het spoor van onze voorgangers. (Touw was weggenomen na de Race) Ik herinner me niet meer of ik naar beneden heb gekeken en hoe diep het was, maar rood 1 was net aan de overkant toen ik me op de ijzige bovenlaag van de gletsjer waagde, het touw stevig in de handen.
En toen ik halfweg was voelde ik aan het trekken van het touw dat ook rood twee achter me, aan het koord hing te bengelen.
Dit was de eerste keer dat ik iets dergelijks uitvoerde en het was niet echt mijn kopje thee. Geef mij dan maar liever koffie, van die Griekse, tweemaal opgekookte, en waar het extra fijn gemalen koffiedik vanonder in het kleine kopje ligt. En daar mag ik dan liefst een raki bij vinden. Maar dat balanceren op die met een ijslaag bedekte sneeuw had ik liever aan de echten overgelaten. Dit had niets meer met lopen te maken. Maar kom, ik had er voor gekozen en ik moest er door.

 

Aan de andere zijde mochten we dan weer het geitenpad op, dat omhoog liep. Na wat geklungel en gestruikel bereikte ik de volgende gletsjer die we in de lengte op moesten. Rood 1 zat een flink stuk voor me en rood 2 vlak achter me. Ik liet rood 2 passeren en volgde hem in zijn voetstappen. En hij volgde dan weer het spoor van de voetstappen van de lopers voor ons terwijl hij communiceerde met zijn rode maatje boven ons. Ik communiceerde met Zeus.

 

De diepere voetstappen in de sneeuw bleken een steun om niet weg te schuiven. We vorderden al stappend want de helling was net iets te steil om te lopen. En alzo stappend ontwikkelde ik de techniek om de punt van de voet in de sneeuw te schoppen zodat ik een klein platformpje creëerde voor de rest van mijn voet. Zo stapten we in ganzenpas naar de top van de gletsjer. Net toen we de sneeuw verlieten en rood 2 het daarop volgende geitenpad wilde betreden schoof hij weg en kon ik hem nog net een zetje geven zodat hij niet viel, waarvoor hij me in het Engels bedankte.
Het bezorgt je een leuk gevoel om je tegenstander te kunnen helpen in een wedstrijd; het geeft je een klein psychologisch boostje.

 

De volgende gletsjer was iets vlakker en ik merkte dat ik daarop kon lopen als ik voor de nog ongerepte ijslaag koos. En dat weer met een speciale techniek. Het was zaak om zo kort mogelijk op de steunvoet te blijven, met kleine pasjes dus, en redelijk voorover gebogen om een goed evenwicht te behouden. Natuurlijk schoof ik hier en daar wat weg, maar dat was schier verwaarloosbaar. Ik vorderde toch weer sneller dan de rode broeders. Ik maak steeds wel tijd goed op andere lopers als de hellingsgraad laag blijft, maar het lukte dus nu ook op de sneeuw.

 

Eén van de volgende gletsjers was redelijk steil en die moesten we in de lengte op met behulp van een koord. Op afgemeten afstand waren er knopen in gemaakt met lussen waaraan we ons konden optrekken. Boven aan die gletsjer zaten twee oudere Grieken die leken op schaapherders. Beiden riepen “bravo” en toen ik boven kwam kreeg ik een beker water aangeboden. Ik bedankte hen in het Grieks, maar in water had ik geen trek. Ik wilde ook geen tijd verspelen, ik wilde naar rood 1.

 

Na nog wat steen- en rotsgehobbel zag ik, na een bocht om een rotsmassa, een aaneenschakeling van enkele gletsjers die naar een top liepen. Voor zover bekend heeft de Psiloritis 5 toppen waarvan Timios Stavros de hoogste is. Die was nog niet zichtbaar.

Op de gletsjer voor me zag ik rood 1 en hoger tegen de flank, op de voorlaatste en laatste gletsjer zag ik vier van de vijf eersten, op onregelmatige afstand van elkaar. Dit was de eerste maal dat ik zo’n mooi vergezicht had.

 

Op de volgende gletsjer vorderde ik weer sneller dan rood 1 zodat ik op hem inliep. Ik bezigde nog steeds dezelfde voorovergebogen techniek maar dit veroorzaakte toch wel een licht pijngevoel in de lage rug.

 

Toen ik de top bereikte kwam een volgende top in zicht, die bereikbaar was via een afdalende rotsbodem die verschrikkelijk ongelijk was, een echte potenbreker zeg maar. Hier lag geen sneeuw meer. Alleen maar vaste en losliggende rotsblokken en rotsblokjes. Het was voor mij zelden zichtbaar welke los lagen en welke niet. Ik moest rood 1 laten gaan en ook rood 2 stak me weer voorbij. Deze laatste ontwikkelde een snelheid die niet het dubbele maar het drievoudige van de mijne leek. Die jongens daalden als gemzen en ik als een bejaarde landschildpad die net op een cactus heeft getrapt.

De afdaling ging naadloos over in de klim naar de top en toen kwam er weer zo’n pad naar de voorlaatste top, waarschijnlijk de Agathias. Deze top is 32 meter lager dan zijn grote broer, de Timios Stavros.

 

Eenmaal over de Agathias zag ik de Timios Stavros waarop de kapel was gebouwd. Gebouwd uit rotsblokken in de vorm van een ronde doos zoals de meeste herdershutten in deze streek maar met een kruis erop.

Het pad er naar toe, over de kam, had de vorm van een brede hangmat die ongeveer 300 meter lang was en net iets makkelijker beloopbaar was.
Er blies een felle strakke zuidenwind over dit pad en mijn borstnummer, dat aan de achterzijde geplastificeerd was, scheurde af aan de linkerbovenhoek. Al lopend lukte het me toch om het terug vast te spelden.
En toen nam ik heel vluchtig de tijd om links en rechts naar beneden te kijken. De zee aan de linkerzijde (Z-O flank) was duidelijk zichtbaar en ook zag ik de beide kleine onbewoonde eilandjes van Paximadia voor de zuidkust in de golf van Mesara (Lybische Zee) liggen. De noordkust aan mijn rechterzijde kon ik echter niet ontwaren. De grens tussen lucht en water was niet duidelijk zichtbaar en ik had helaas niet de tijd om dit nauwkeurig te bestuderen.

 

Ik bereikte de kapel in 8ste positie. Toen ik aankwam begon rood 2 al aan de afdaling, deels over hetzelfde pad waarop ik liep, maar halfweg moest hij een bocht nemen naar beneden toe. De andere flank van de berg af.

 

Een groepje mensen hielden post aan de kapel en boden me gels, gekonfijt fruit, chocolade en water aan. Ik nam een kleine minuut rust en maakte dankbaar maar gulzig gebruik van de versnaperingen, propte twee stukken van het zoete droge fruit tegelijk in mijn open schuurdeur. Ik bedankte hen ook want die mensen waren speciaal voor ons naar de top gekomen.

 

En terwijl ik terug over de hangmat liep, passeerde ik een nieuwe witte die op weg was naar de kapel. Ik groette en hij groette terug.

Door de felle wind scheurde mijn borstnummer weer af, ditmaal bij de rechterbenedenhoek. En opnieuw kon ik het terug vastspelden tijdens het lopen doordat de hangmat een best beloopbaar traject was.

Halfweg de hangmat stond een seingever die me de weg naar beneden wees en me voorzichtigheid aanmaande. Ik verstond het woord “prosochi” wat “aandacht” betekent. Een woord dat veel voorkomt op verkeersborden in Kreta.

 

De afdaling bleek aartsmoeilijk. Het pad was andermaal bezaaid met grote en kleine, vaste en losliggende rotsblokken. Elke stap, elke beweging van me was ronduit stuntelig en elke voetlanding kon een enkelbreuk of erger tot gevolg hebben. De witte, die achter me de kapel had bereikt, voor het gemak zal ik hem wit 2 noemen, stak me al ras voorbij. Hij bestuurde een Formule 1 bolide terwijl ik me op een omafiets voortbewoog.

 

Toen kwam de eerste en ook voorlaatste van slechts twee gletsjers die op de afdaling dienden te worden genomen. Ik liep nu in 9de positie en trachtte de achterstand op wit 2 niet te fel te laten oplopen. Op de gletsjer lukte dit redelijk, maar op de volgende korte rotsstrook lukte dit heel wat minder.

Ook de laatste gletsjer moesten we in de lengte afdalen en weer probeerde ik de achterstand op wit 2 niet te laten oplopen. Hoewel de term “oplopen” niet echt passend is tijdens een afdaling.

Halfweg de gletsjer ging ik onderuit en kwakte ik met de billen op de sneeuw. Stoppen en rechtstaan waren geen opties. Integendeel, ik schoof sneller en sneller neerwaarts. Downhill racing zonder ski’s. Ik maakte zelfs achterstand goed op wit 2. Mijn bips en mijn handen, waarmee ik tevergeefs wat trachtte af te remmen, voelden ijskoud aan, bevroren. Ik vroeg me af hoe en waar dit zou stoppen. Met een rotvaart stevende ik af op het einde van de gletsjer. Zou ik een doodsmak maken tegen een rots? Zou ik een drietal benen en wat armen breken? Zou ik met mijn voorgevel in het stekelige muizenkruid belanden zodat ik een hoofd als een rijpe cactusvrucht te zien zou krijgen bij mijn eerstvolgende confrontatie met spiegeltje spiegeltje aan de wand?
Nee, niets van dat alles. De bovenlaag van het einde van de gletsjer was door het repetitieve dooi- en vriesproces vrij ruw geworden en dit remde automatisch mijn snelheid af. Ik stopte langzaam en stapte met een gerust gevoel over de scheiding van sneeuw en rotsbodem met muizenkruid.

Oef, dat was goed afgelopen. Ik was zelfs een stukje ingelopen op mijn witte voorganger. Hoewel “aflopen en inlopen” niet echt de geschikte termen zijn voor iemand die kontsgewijs een gletsjer afroetsjt.

 

Over de rotsbodem met alle mogelijke miserie zag ik wit 2 weer van me weglopen. Het woord lopen is trouwens ook geen correcte weergave voor mijn toenmalige activiteit. Ik vorderde en daarmee is alles gezegd en verteld. Ik vorderde als bonen knopen. Ik heb nog nooit een geknoopte boon gezien maar ik ben ervan overtuigd dat deze geen prijs in een snelheidswedstrijd zou winnen.

 

Nu kwamen we aan het moeilijkste traject van de hele race. We hadden het tussengebergte bereikt. Hier werd het struikgewas weer wat hoger en het niveauverschil van de rotsen die we af moesten, was van evenredige gradatie. Ik moest me soms bijna driekwart meter van een rots laten afzakken, in de hoop vaste ondergrond onder de landingsvoet te krijgen. Met trillende handen hield ik me vast aan uitsteeksels uit de rotswanden.

Plots zag ik de witte voor me op een rotsblok zitten, friemelend aan zijn veters. Waarschijnlijk had hij een steentje in de schoen gekregen, maar toch vroeg ik in het voorbij gaan of alles OK was met hem. Ik kreeg onmiddellijk positief antwoord en ik vervolgde mijn weg.


Even raakte ik uit concentratie, voelde ik me wegschuiven op de losse keien en moest ik versnellen om mijn evenwicht te kunnen behouden, waarop ik vrij onzacht met mijn smoelwerk tegen een klodder muizenkruid aanknalde die tegen de rotswand kleefde. Daar had je de rijpe cactusvijg. Gelukkig bleven er geen stekels achter. Daar was ik weer goed vanaf gekomen. Oef oef.

 

Ongeveer tweehonderd meter beneden me zag ik een groepje mensen dat iets in het Grieks naar me riep, maar dat was onverstaanbaar.

Ik zweette doodsangsten uit terwijl ik van de ene rots op de andere trachtte te geraken. Ik klampte me vast aan de rotswand en ik zag waarschijnlijk zo wit als het shirt van de man die me andermaal voorbijstak.

Dit was niet mijn biotoop. Dit had ook niets meer te maken met hardlopen. Dit was een zuivere survival en terwijl ik het einde van mijn nietig leven voelde naderen was ik me ervan bewust dat het groepje mensen me nauwlettend gadesloeg. Ze dachten natuurlijk: “Wat komt die vreemde snoeshaan hier doen? Die man kan dit gewoonweg niet. Zou hij wel geweten hebben waaraan hij begon toen hij inschreef voor deze Race? Nee. Dit wist ik inderdaad niet. En als ik het had geweten had ik hier niet tussen hemel en aarde gehangen. Dan had ik wel op een terrasje in Agia Galini gezeten, genietend van het zonnetje en een groot glas koele ouzo met citroenlimonade en drie ijsblokjes. En als ik hier wel was geweest, dan zeker niet als wedstrijdloper maar wel als toeristverslaggever, gewapend met dictafoon en fototoestel.

 

Toen ik eindelijk het groepje Grieken bereikte, verborg ik mijn angst en schonk ik hen de breedst mogelijke glimlach, zo eentje van oor tot oor, terwijl ik dankbaar de gel en de beker water aanvaardde en even op een rotsblok ging zitten. Ik nam de tijd ervoor. Ik was inmiddels teruggezakt naar de 9de positie en ik had geen ambitie meer voor een goed resultaat. Ik moest trouwens even bekomen van de schrik. Toen ze me vroegen vanwaar ik afkomstig was antwoordde ik: “Apo to Belgio” en weer schonk ik hen een glimlach die verdacht veel op overacting leek.

Het ergste van de race leek nu voorbij. Ik groette, bedankte hen, en vervolgde opgelucht mijn weg.

 

Op het volgende traject kon ik toch weer een beetje lopen. Het bestond uit geitenpaden tussen struikgewas, harde ondergrond bezaaid met stenen en rotsblokken. Er waren ook  verschillende markeringssymbolen. De bekende waren de dubbele rode stippen op grotere rotsblokken en het roodwitte signalisatielint aan de grotere struiken. Maar ik had ook al grote plastiek rode cirkels gezien en ook gele geschilderde pijlen. Het struikgewas was hoger en wit 2 was inmiddels volledig uit zicht. Ik had moeite om de herkenningspunten te ontdekken en plots drong het tot me door dat de groep Grieken zich schor stond te schreeuwen. Ik zat tientallen meters uit de correcte richting. Toch ving ik iets op dat geleek op dexia. Het ging hier natuurlijk niet over de bekende Belgische bank in faling, maar men bedoelde dat ik naar rechts moest uitwijken. En ja, daar zag ik inderdaad weer de dubbele rode stippen. Ik brulde een dankwoord en in het Grieks en klungelde verder.

 

Het was en bleef op eieren lopen op die losliggende stenen en kantelende rotsblokken en terwijl ik zo voort hobbelde flitste er weer een witte voorbij aan het drievoudige van mijn snelheid. Enfin, snelheid is niet de geschikte term, zeg maar traagheid. Dat is een betere definitie van mijn slakkengang. Ik zag wit 3 op elegante en soepele wijze de bochtjes van het geitenpad nemen terwijl het leek of hij een volstrekt egale bodem bewandelde. Deze techniek kon ik me niet aanmeten en de moed zonk me in de schoenen als ik hem steeds verder van me zag weglopen zonder dat ik hier maar iets tegen kon uitrichten. Heel even kreeg ik het gevoel van de kleine jongen, door de hand Gods geslagen, die het opgeeft en op de grond gaat zitten wenen, roepend op zijn moeder. Zeus, dacht ik, waarom doe je me dit aan?

Ik ben echter oud genoeg en bezat nog net dat sprankeltje wijsheid dat me vertelde dat ik mijn lot gelaten moest dragen. Ik sjokte voort en stelde me het grote glas ouzo voor, volledig gestoffeerd met citroenlimonade en drie ijsblokjes. Als een stralende fata morgana in een droge troosteloze woestijn.

 

Plots voelde ik iets in mijn dikke teen steken. Had ik dan toch op een cactus getrapt? Bij elke stap kreeg ik een nieuwe prik. Ik had al veel prikken van de doornen van het muizenkruid door de textiellaag van mijn loopschoenen gevoeld maar geen enkele was afgebroken tot hiertoe. Bij de vijfde, het kon ook de zesde stap geweest zijn, zette ik me neer, trok mijn schoen uit en zag onmiddellijk het irritant penetrerende stuk flora in mijn sok zitten.

 

Wit 3 was al lang uit zicht toen ik zowaar een huis op mijn pad ontwaarde. Net op dat moment kwam de man met het blauwe shirt, die ik op het Nidaplateau had achtergelaten, me voorbij. Ik vroeg me af hoeveel lopers ik nog zou moeten laten voorbijgaan. Ik was nu de teleurgestelde bezetter van de 11de stek. Toch kwam ik net achter de blauwe aan de achterzijde van het gebouwtje aan en aan de voorkant bleek de bevoorradingspost te zijn.
Daarom wordt dit ook een bevoorradingspost genoemd. Als ze aan de achterkant hadden gestaan met de versnaperingen zou het waarschijnlijk een beachterradingspost genoemd worden.

 

Ik propte een stuk gekonfijt fruit naar binnen en genoot ervan. En daarna nog een. En nog een. En toen heb ik een grote beker water heel rustig uitgedronken terwijl de blauwe het toilet opzocht.

 

Ik had gegeten en gedronken en voelde me voldaan. Ik droeg mijn lot met gelatenheid en vroeg in het Grieks hoever het nog was. “Posses Chiliometres;” vroeg ik. “Dodeka,” repliceerde de man. “Efcharisto” zei ik en prompt liep ik de verkeerde kant op. De man riep me onmiddellijk terug en wees naar de andere kant waarbij hij “dromi dromi” riep. “o dromos” betekent “weg” wat dus inhield dat we van alle ellende af waren en dat was een ware opluchting voor mij. En inderdaad, voor mij lag een brede stoffige onverharde weg, relatief dun bezaaid met stenen. Er restte me dus nog 9km dalende onverharde weg en 3km asfaltweg in Kouroutes.

 

Na honderd meter had ik al een mooi tempo te pakken. De blauwe had ik niet meer gezien dus liep ik in 10de positie. Mijn benen voelden goed aan en ik herleefde. Dit was hardlopen, een discipline die mijn hobby is. Het was een afdaling in haarspeldbochten. Ik versnelde nog wat maar bleef weg uit de binnenbochten waar veel losse stenen lagen. Steeds zocht ik het best beloopbare spoor uit. De afdaling was vergelijkbaar met die van Alpe d’Huez, enkel het asfalt ontbrak. Ik heb de bochten niet geteld maar volgens mijn Garmin waren het er meer dan 21.

 

Plots zag ik twee bochten beneden me wit 3 lopen. Een blik op mijn Garmin vertelde me dat ik nog 8km had om hem in te halen. Dat gaf weer moed.

Na elke nieuwe bocht monsterde ik hem en ik raakte ervan overtuigd dat ik sneller liep. Nog wel wat op reserve, maar ik veranderde van trajectkeuze. Ik zocht de binnenbochten op om minder afstand te maken, de verhoogde  moeilijkheidsgraad door de stenen nam ik er dan maar bij. Ik draaide zelfs rakelings onder een laaghangende boomtak door, die een lichte kras op mijn kale kruin trok. Maar dat was geen punt. Punt was dat ik wit 3 moest hebben en dan zou een 9de plaats mijn beloning worden.

 

Plots voelde ik een heel klein steentje in mijn linkerschoen. Daar kon ik nu echter niet meer voor stoppen. Dit was er het moment niet voor. Pijn of geen pijn, ik moest verder en wel snel. Onder het lopen trachtte ik met de tip van mijn schoen op de grond te tikken en daardoor het steentje tussen mijn tenen te krijgen waar meer plek vrij was. Dat voelde toch wat beter aan, maar een beetje verder voelde ik al een tweede klein steentje in dezelfde schoen. Jammer maar helaas, dat moest ik zo vlug mogelijk vergeten, al spaarde ik een halve schoen vol. Toch hoopte ik dat het daarbij zou blijven want ik was niet van plan om thuis een grindpad aan te leggen.

 

De volgende drankpost snorde ik gewoon voorbij terwijl een al wat oudere dame “nero” naar me riep. Ik ben echter geen Romeins keizer, de Rubicon moest niet worden overgestoken en ik had geen dobbelsteen bij me. Zelfs niet in mijn linkerschoen. “Ochi, efcharisto” riep ik terug (nvdr. nero betekent water) en ik versnelde nog wat want ik zag dat de witte nog slechts een bocht voor me liep.

 

Toen ik het asfalt bereikte was ik weer wat dichter bij mijn tegenstander gekomen. Hij verdween net achter de bocht toen ik uit de vorige kwam. En achter die volgende bocht was de laatste drankpost. Ik weet niet of de witte daarvoor was vertraagd maar ik in ieder geval niet. Met een kort “no thanks” snelde ik voorbij.

 

En toen kwam ik op een lange rechte strook met de witte in het vizier. Aan de rechterzijde van de straat stond een grote bak water met een toevoerslang erin. De witte schepte in het voorbijlopen zijn petje vol en zette het op terwijl een regengordijn zijn schedeldak afsijpelde. Weer een halve seconde die hij verloor! Ik hou gelukkig niet van koud water over me als ik op snelheid ben. Zelfs niet als het dertig graden is. Als de toeschouwers thuis met een tuinslang in de aanslag staan loop ik daar met een grote boog omheen.

 

Net voor de volgende bocht haalde ik de witte in. Hij hoorde me blijkbaar komen want hij versnelde zichtbaar. Hij keek niet om en ik bleef achter hem.  Psychologisch voordeel. Het kon natuurlijk zijn dat hij wat gerecupereerd was, maar na zulk een wedstrijd achtte ik die kans eerder klein. Ik schatte mijn basissnelheid hoger in dan de zijne, gezien de evolutie van de laatste kilometers. Toen we op de moeilijke trajecten de berg afdaalden was hij de gems en ik de landschildpad, maar nu was ik het jachtluipaard en hij de prooi. En hij wist het. Merkwaardig dat hij niet omkeek naar me toen hij me hoorde naderen. Dat liet vermoeden dat de man in een minder lucide toestand verkeerde.
Zeker honderd meter of langer bleef hij op zijn verhoogde snelheid en ik bleef hem aan dezelfde snelheid volgen, ongeveer 3 meter achter hem zodat hij mijn voetstappen goed kon horen, bijna moest voelen.

Zag ik hem vertragen? Nog niet. Ik wachtte nog. Ik voelde me fit. De adrenaline stroomde door mijn aderen. Ik spaarde mijn energie om te kunnen ontploffen als hij vertraagde.
Aan zijn bewegingen zag ik dat hij niet echt soepel meer liep, maar hij moest wel een stuk jonger zijn dan ik. Ik herinnerde me de wijze waarop hij me met flair en elegantie voorbij stak in de afdaling met het struikgewas en de losse rotsblokken. Nee, deze witte kon dat niet lang meer volhouden. Zijn flair was weg en de elegantie vertoonde hoekige kantjes. Ik wachtte geduldig af en liet mijn verstand werken. Als hij op snelheid zou blijven zou ik toch iets moeten doen. Ik kon natuurlijk een eindsprint afwachten, dat had ik nog wel in de benen. Maar als hij ook een eindsprint had kon dat faliekant aflopen. Nee, als hij niet vertraagde moest ik eerst nog iets proberen. Maar ik had nog de tijd.

 

Na de volgende bocht kwam Kouroutes dan toch eindelijk beneden ons in zicht. De weg leek er een heel eind voorbij te lopen, maakte dan een laatste haarspeldbocht en kwam dan terug en liep kronkelend het dorpje binnen.

 

Ik liep nog steeds enkele meters achter de witte en en wachtte mijn moment af. Uiteindelijk leek hij toch te vertragen. Of beeldde ik dat me in? Ik dacht niet dat ik versnelde maar toch kwam ik wat dichter. Dichter en dichter. Nog even en ik kleefde bijna aan zijn rug. Nog steeds had de man niet omgekeken. Ik besloot naast hem te gaan lopen. Het resultaat was dat we elkaar plots aankeken. Ik zei heel duidelijk “hallo” terwijl ik mijn ademhaling perfect onder controle hield. Hij repliceerde mijn groet zonder evenwel een spier van zijn gelaat te vertrekken. Ook uit zijn ademhaling kon ik weinig opmaken. Hij ademde misschien iets zwaarder maar dat zal wel normaal zijn na zo’n helletocht met inbegrip van de versnelling die hij net had gemaakt.

Ik versnelde iets maar niet te veel. Hij versnelde niet mee. Had ik hem een mentale tik verkocht? De prooi was gebeten. Daar was ik van overtuigd maar ik had geen zichtbaar bewijs. Ik versnelde nog wat en vanuit mijn ooghoeken zag ik dat hij niet meekwam. En toen versnelde ik in crescendo. Langzaam opbouwend. Tot ik een tempo had dat ik nog net baas kon. Dit kon ik nog wel een kilometer, desnoods twee, volhouden.
Nauwelijks een halve kilometer verder had hij al vijftig meter aan zijn broek.

 

Na de haarspeldbocht zag ik hem boven me en dus al een flink eind achter me lopen. De drank die ik had moeten derven door de laatste posten over te slaan, zou ik ruimschoots kunnen compenseren met enkele ouzootjes met citroenlimonade en drie ijsblokjes.

 

Toen ik het dorp binnenzeilde kreeg ik applaus van enkele dorpsbewoners en na de laatste bocht zag ik de boog van de aankomst waar de locals, de organisatoren en de reeds aangekomen deelnemers door elkaar liepen.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningIk versnelde nog wat en perste alle kracht uit mijn vermoeide benen. Een sprintje was niet meer nodig maar toen ik plots een toeschouwer voor me uit zag lopen, het bleek later de cameraman te zijn, sprintte ik achter hem aan over de eindstreep. Tja de man had mijn aankomst niet gefilmd, maar hij vroeg me om dat later nog eens te simuleren, wat ik dan ook met plezier deed.

 

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningIk kwam aan in 4u28 als 9de, kreeg een medaille rond de nek en een lauwerkrans van gevlochten olijftwijgen op het hoofd gezet.

Mijn vrouw die ook aanwezig was, ze was met de huurwagen ter plaatse,  feliciteerde me. Ik voelde me niet eens uitgeput, een gevoel dat ik wel heb na een marathon. Het leek wel of ik nog makkelijk die 8.5km naar Platania kon lopen. Later op de dag en de volgende 4 dagen had ik wel veel pijn aan de buitenzijde van beide dijbeenspieren.

 

Vrijwel onmiddellijk na mijn aankomst vroeg iemand van de organisatie me voor een interview, dat ik andermaal met enthousiasme en plezier gaf. Ik zei dat ik niet veel Grieks kende en de man vervolgde in het Engels waarna hij steeds mijn antwoorden vertaalde.

Hij vroeg me of ik ervan had genoten en uit de grond van mijn hart zei ik “nee” en vertelde ik hem dat ik het een hele moeilijke afdaling vond en dat me dit totaal niet lag. In België zijn nu eenmaal geen bergen en ik heb daar dan ook de techniek niet voor ontwikkeld. Ik vertelde hem dan ook dat ik de wedstrijd had meegelopen omdat ik een jaarlijks bezoeker van Kreta ben, waarop hij me vroeg of ik volgend jaar opnieuw zou meelopen. Dat ga ik zeker niet doen, maar ik zei hem dat ik volgend jaar wel de stratenloop van 8.5km van Platania naar Kouroutes zou meelopen. En dat zou er best wel eens van kunnen komen.

 

Daarna had ik nog een gesprek met Ysbrand die me feliciteerde en ook de oude Spartathlonner kwam me een hand geven en was vol lof over mijn prestatie. Zijn atleten waren 3de en 25ste geworden.

 

Daarna zocht ik mijn plastiek plunjezak op, die mooi op borstnummer gesorteerd stond langs de weg. Na een verfrissende douche, er was slechts 1 douche met koud water in een klein bovenkamertje van een huis aan de aankomst, zocht ik mijn vrouw op en wandelden we naar de wagen om mijn spullen op te bergen.

 

psiloriitis race,nidaplateau,kouroutes,kreta runningEr was nog een erepodium voor de eerste drie van de Race, die een trofee overhandigd kregen en daarna was een nog een act van een Grieks dansgezelschap.

 

Als afsluiter werd er nog een maaltijd aangeboden voor alle atleten en om 16u zouden de bussen terug naar Rethymnon vertrekken.

 

Op de maaltijd heb ik niet meer gewacht want ik snakte naar een ouzo met citroenlimonade en drie ijsblokjes terwijl er slechts water en lauw fruitsap in de aanbieding stonden. En fris biertje had ook wel gemogen maar dat was er ook niet. Het gebouw, waar de maaltijden werden bereid, mochten we nog niet betreden en behalve een kleine kafenion aan het einde van de straat, waar het niet gangbaar is om dames mee binnen te nemen, was er totaal geen voorziening voor mijn behoefte.  

 

Ik stelde voor om naar Agia Galini te rijden, waar mijn vrouw dan ook onmiddellijk mee akkoord was, want zij stond ook al drie uur op straat aan de aankomst. En daar heb ik mijn beloning geïncasseerd, een ouzo met citroenlimonade en drie ijsblokjes. Daarna genoot ik van een maaltijd bestaande uit een lekkere mousaka met twee flesjes koele Retsina. Nadat we de rekening hadden gevraagd kregen we nog twee gratis karafjes raki aangeboden door estiatorio Medusa, zodat ik in gezegende toestand van tafel kwam. Dit was pas vakantie! 

Pas toen ik thuis was ontving ik een bericht van de organisatie dat ze tweemaal de awarding ceremonie hadden uitgesteld omdat ik eerste vijftigplusser was en men mijn aanwezigheid verwachtte. Hier had ik dus niet op gerekend anders was ik wel gebleven. Mijn trofee staat ter beschikking in hun kantoor en waarschijnlijk zal ik die volgend jaar afhalen als ik ga meelopen met de 8.5km wedstrijd.



De wedstrijd
http://www.youtube.com/watch?v=8upQtpT0tu4

00:42 - Beelden van de start, ik ben die blauwe met de lange sokken die aan zijn horloge aan het prutsen is

05:00 - Beklimming van de gletsjer met behulp van koord met lussen
07:45 - Verzicht via de gletsjers
11:10 - De top in zicht

 

De wandeling

http://www.youtube.com/watch?v=-HZQ-X57Ptg 

 

 

 

- - - § - - -

 

 

 

10:10 Gepost door Raphael Van Den Broeck in Sport | Permalink | Tags: psiloriitis race, nidaplateau, kouroutes, kreta running |  Facebook |

18-06-11

De marathon

Doel: 3u10

Na wat verkeerd rijden (ik was de convoyeur) arriveerden we om 18u in Torhout vanuit het huurappartement in Koksijde. Amper 10min later parkeerde maatje Romain zijn VW-buske aan het station.

Daarna was het zoeken geblazen, zoeken naar de inschrijving, de aankomst, het vertrek enz. Romain wilde nog info betreffende zijn concurrenten in de categorie maar niemand wist deze te verstrekken, noch de organisatie, noch de VAL. Romain was best uit zijn humeur en vond het een maar kutorganisatie. Met dit alles hebben we bijna een uur verscheten en we hebben ons nog moeten haasten om tijdig in het startvak van de marathon te geraken. Het was toen 19u45 en inlopen hebben we ook niet kunnen doen. Tot het laatste moment was ik nog aan mijn gordel met startnummers en gels aan het prutsen. Ik had trouwens een historisch borstnummer: 1302.

We stonden op de derde of vierde rij in het startvak toen het hek werd weggehaald. Toen mochten we aansluiten aan een horde lopers die in de box voor ons was gepostuleerd, de elitetroepen?

Precies 9sec na het startschot denderde ik over de matten en mijn eerste km klokte ik op 4:14. Veel te snel dus. Tijdens de tweede km vormde zich een groep voor me en besloot ik daarbij aan te sluiten. Tweede km: 4:17. De groep bleek voor 3u te gaan en ik zag ook Romain daarbij zitten. Toen kregen we de wind op kop en ik besloot bij de groep te blijven tot we van richting zouden veranderen. Dit gebeurde na ongeveer 6km. Ondertussen had de achterdeur opengestaan en waren er reeds enkelen gelost. Na 8km besloot ik de groep te laten gaan en wenste Romain succes. Al vlug vormde ik een drietal met Marc Papanikitas en een Nederlander. Marc had een training van 60km gepland en de Nederlander wilde 4:30 lopen voor een eindtijd van 3:09. Marc leek dit een goed tempo te vinden en ik bleef in hun spoor.

Het is best leuk om met Marc te lopen. Hij kent iedereen en iedereen kent hem. En terwijl hij dit tempo loopt met de vingers in de neus en de Nederlander niet onderdeed, was ik toch redelijk onzeker.

De reumapijn die ik de dag voor de marathon had was verdwenen, maar kon elk moment weer de kop opsteken. Ik had al drie ontstekingsremmers in mijn kas geslagen, eentje meer dan volgens doktersvoorschrift. Toch bleef de pijn uit en zou gedurende de ganse marathon niet opkomen.

Ik bleef voorzichtig achter het duo om zo weinig mogelijk wind te vangen. Bij elke bevoorrading greep ik een bekertje Cola, Aquarius of Ice-tea en een stuk banaan. Prima bevoorrading trouwens. Eén van mijn vier gels was ik in de vijfde km al verloren dus ik had er nog drie.

Net na de kermis (Lichtervelde?) hield Marc een sanitaire pitstop. Zo kwam ik naast de Nederlander te lopen en vertelde hem dat ik voor 3:10 ging. Dat zou van pas komen in de tweede ronde als we weer de wind tegen kregen. Amper 500m verder sloot Marc alweer aan.

Enkele malen kwam een loper aansluiten die ons passeerde en van ons wegliep. Ook een dame die de 100 liep ging ons voorbij. Made in Croatia. Zij zou vierde eindigen in de totaaluitslag. Chapeau! Ook een drietal ging ons voorbij waaronder een ultraloper. Marc maakte even een praatje met hem maar ging niet mee.

Aan de twintigste km ongeveer raakte de Nederlander enkele meters achterop net toen Marc lichtjes leek te versnellen. Ik zat plots tussen de twee en vroeg me af of ik Marc zou volgen of bij de Nederlander blijven. Ik koos voor het laatste want ik kende de plannen van Marc niet. Ik denk dat we de halve marathon in 1:32 liepen. Samen liepen we na 22.9km voor de tweede maal over de matten van de aankomst. De tweede ronde beloofde een harde dobber te worden.

Toen we de stad uitliepen nam ik de koppositie over. Er is daar een klein hellinkje, nauwelijks zichtbaar, maar de Nederlander nam daar terug over en toen hadden we de wind al op kop. Ik liet hem enkele honderden meters gaan maar toen nam ik opnieuw over en ik hoopte dat we elkaar veelvuldig zouden kunnen aflossen. Tegen de wind in zakte mijn tempo wel wat, maar de Nederlander leek plots te kraken. Ik keek om en hij zat al bijna twintig meter achter me. Wachten op hem zou nefast zijn voor mijn eindtijd en voor me zag ik enkele lopers waar ik op in leek te lopen. Ik besliste om mijn tempo te houden want ik liep al te traag (4:45) Toch haalde ik eenzame lopers in en liet hen achter. Eentje kwam mij voorbij, net aan een bevoorrading maar ik liet hem gaan. In zo’n omstandigheden loop ik liefst mijn eigen tempo.

Ergens na de dertigste km liep ik een dame voorbij. Ik wenste haar geluk en liep alleen verder. Steeds bleef ik de jongens, die ik voor me zag lopen, inhalen en achterlaten, hoewel ik steeds ongeveer 4:40 liep.

Net voor de kermis (Lichtervelde?) kwam er een duo voorbij. Een zwarte en een blauwe. De zwarte, een grote stevige kerel, versnelde op de kasseien naast de kermis en de blauwe leek te moeten lossen. Ik versnelde iets om in de blauwe zijn spoor te blijven. Na amper een kilometer liep ik hem terug voorbij en liet hem achter. Ook enkele gelosten uit de groep van drie uur passeerde ik. Het ging vlot.

Na de vijfendertigste km werd het zo donker dat ik de kleinere gegevens (km-tijd en afstand) van mijn Garmin niet meer kon lezen. Enkel de volledige duurtijd kon ik zien als ik onder een lantarenpaal doorliep. Ik had mijn lenzen in wegens het regenweer en die zijn net iets minder sterk dan mijn brilglazen. Mijn Garmin heeft wel verlichting maar dan moet ik de navigatiering ontgrendelen en dat wilde ik tijdens het lopen niet presteren. De navigatie loopt volledig in het honderd als men de ring met natte vingers aanraakt en ik zweette als de beesten.

Dat brengt me bij het eigenaardige persoonlijke fenomeen dat ik geen kou had. Ik heb geen idee waarom niet, want we hadden al wat regen en veel wind gehad.

Tweede eigenaardige fenomeen is dat ik na 35km nog steeds geen klap van de hamer had gehad en dat ik het op geen moment moeilijk had gekregen. Meestal krijg ik zere benen aan km 26 en mag ik, na een gevecht met mijn zakkend tempo, de klap een tiental km later verwachten. Maar mijn tempo zakte niet. Ik liep al heel de wedstrijd in ‘Pose-running-style’ en alleen de linkerhiel gaf soms een heel licht pijnsignaal. Ik voelde me goed maar was constant beducht voor een inzinking. Ik had nog geen enkele marathon gelopen waarin ik Hamermans niet heb ontmoet, en ik had er al 11 gelopen.

Het traject tussen 35km en 40km bleek de grootste uitdaging. Het was intussen aardedonker geworden, amper een mens te bekennen op straat en totaal geen kilometeraanduiding daartussen. Dit vind ik de belangrijkste tekortkoming van de organisatie. Je loopt volledig in het ongewisse, de marathon begint pas bij km35 zegt men, en dan laat de organisatie de marathonners in de steek. Maar ik kan wel gissen naar de reden. De hoofdact is de ‘Nacht van 100km’ en de marathon is maar bijzaak, opvulling van de attracties.

Steeds probeerde ik mijn Garmin te consulteren onder de lantarenpalen, maar zonder resultaat. Plots zag ik licht van achter me uitschijnen en kwam een pelotonnetje bikers naast me. Ik feliciteerde hen en moedigde hen aan. Ze werden begeleid door enkele fietsers en een volgwagen. Ik vroeg aan de fietser hoever het nog was en hij riep me toe dat het nog 6km was. De moed zonk in mijn schoenen. Dit kon niet. Ik was naar mijn gevoel al minstens een kwartier geleden het bord met 35km gepasseerd. Maar ik had mijn totaaltijd niet onthouden en wist het echt niet meer. Nauwelijks 500m verder stond het bord met 40km!

Nog slechts 2km en ik had nog zoveel reserve. Wat jammer dat ik geen kilometeraanduiding had gehad. Ik begon lichtjes te versnellen, heel geleidelijk want als men te bruusk versnelt na zo’n lange afstand kan dit rampzalige gevolgen hebben. Ik liep heel vlot terug 4:30 en wachtte op het bord van 41km om nogmaals te versnellen. Te laat besefte ik dat dit er ook niet was en ging ik voluit. De laatste 400m (het was 42,419km volgens mijn Garmin) liep ik in 1:40 met zelfs nog een eindsprintje aan 18km/u om onder 3:11 te geraken maar dit lukte net niet. 3u10 was mijn einddoel en als ik daar de 9sec van voor de matten aan de start aftrek zit ik aan 3:10:52 en heb ik mijn doel bereikt. Romain finishte in 3u01 en behaalde goud (hout volgens de speaker) in zijn categorie, Marc Hiemeleers behaalde zilver in 2u47 en Luc Hermans klokte af op 3u44.

Ik heb alweer zin in de volgende marathon, maar ik heb nog geen plannen.

 

22:22 Gepost door Raphael Van Den Broeck in Sport | Permalink | Tags: marathon, marathontraining |  Facebook |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende